logo-print
Nieuws

Alles is fake?

Maar liefst 26 toneelstukken en 42 langspeelfilms liet de 37 jaar oude Rainer Werner Fassbinder de wereld na toen hij op 10 juni 1982 dood werd aangetroffen in een hotelkamer. Een enorme productie, waarbinnen hij naar een zo groot mogelijke diversiteit had gestreefd. Zo wisselden politieke films als ‘Die Ehe der Maria Braun' komedies, westerns en homo-erotische uitstapjes à la ‘Querelle' af. Geen wonder dat cineast nog steeds als een van de belangrijkste cultregisseurs van de vorige eeuw bekend staat.

‘Die bitteren Tränen der Petra von Kant' is een van Fassbinders meest gekende teksten en ook de film geniet wat aanzien. De auteur gaf zijn tragedie over een narcistische mode-ontwerpster vorm als een kitscherig melodrama, een genre dat de cineast later nog een aantal keer zou beproeven. De klassieke inkleding staat echter haaks op de lesbische verhoudingen en de psychologische gruwel binnen de plot. Het filmisch effect is dan ook bevreemdend en hetzelfde adjectief kenmerkt de enscenering die vanaf heden te zien is in het NTGent.

Regisseuse Susanne Kennedy, geboren in Duitsland en via omzwervingen in Frankrijk en Nederland, nu in Gent terecht gekomen, zag haar ster in de theaterwereld snel rijzen. Hoogtepunt in haar vooralsnog korte carrière was een gastregie bij de Münchner Kammerspiele. Van het grote repertoire blijft ze niet weg, wat niet wil zeggen dat haar beeldtaal conventioneel aandoet. Het publiek het soort toneel voorschotelen dat het echte leven nabootst, is een piste die haar naar eigen zeggen niet boeit. De werkelijkheid is immers van een dusdanige complexiteit en gruwelijkheid, dat wat het publiek als ‘realistisch' erkent, eigenlijk weinig met ‘realiteit' te maken heeft.

Het siert Kennedy dat ze een nieuwe vorm van theater maken tracht uit te vinden. De openingssequens, die meteen een lugubere toon zet, confronteert de toeschouwer van meet af aan met haar idioom: traag en efemeer qua sfeer, totaal vervreemd van alledaagse omgangsvormen. De dialogen, bruisend van een scherpte eigen aan Fassbinder, worden in het verlengde daarvan extreem onderkoeld gebracht en elk gebaar (fysiek zowel als theatraal, zoals het gebruik van muziek) krijgt een bepaald gewicht. De ruimte, klinisch vormgegeven, lijkt de setting voor een dissectie van de menselijke psyche. Wat de toeschouwer erin ziet gebeuren, heeft veel weg van een langgerekte dwangneurose waarbinnen von Kant allerhande bestialiteiten botviert.

Kennedy werkt haar idioom consequent uit. Niet alleen stilistisch, ook emotioneel tilt ze het geheel naar een abstract platform. Precies daar loopt het mis: empathie jegens de protagoniste is uitgesloten en het slepende tempo maakt de voorstelling ronduit vervelend. De perversiteiten verliezen betekenis in dit volstrekt onthechte universum en van de dialogen valt vooral op hoe pijnlijk ze hadden kunnen zijn. De acteurs, met een moedige Els Dottermans op kop, vechten een verloren strijd, want in deze postmoderne schijnwereld kan Fassbinders menselijke drama hoe dan ook niet aarden. Of had Kennedy een absurde komedie voor ogen, zoals enkele lachsalvo's na verloop van tijd deden vermoeden? Of lachte het publiek louter uit vermoeidheid en onbegrip?

Hoewel ‘De bittere tranen van Petra von Kant' interessant is qua vorm, stelt zich uiteindelijk de vraag waarom de regisseuse zich zo expliciet afkeert van naturalistisch toneel. Non-conformise? Pretentieus intellectualisme? De gemiddelde toeschouwer kan zich namelijk alleen maar dom voelen tegenover zoveel bovenzinnelijke zweverigheid.

- Jan-Jakob Delanoye, Cuttingedge.be