logo-print
Nieuws

Beer: Van alle schepselen groot en klein

Sanne Van Rijn regisseert de eerste jeugdvoorstelling van het NT Gent.

Priemende theaterspots. Een leeg podium. Wie waagt de eerste geste? Het is een minivarkentje, gevouwen in roze papier. Vanuit de coulissen wordt het met een touw het toneel over getrokken. Dan volgt een tussenmaat en dan het zwijn op ware grootte. Ik wil dat jij een beer wordt gaat over kleine exemplaren en grote exemplaren, ook van mensen, en wat die voor elkaar betekenen. De regisseuse Sanne van Rijn baseert zich op een kinderboek van de Duitse schrijver Janosch. Van Rijn toont de dingen graag in hun état pur . Ze zien eruit alsof ze geen deel hebben aan een verzonnen opzet. Het begin van Ik wil dat jij een beer wordt zit lang in die ,,toonfase''. We zien de familie De Bruin, lekker saai in het bruin. Mevrouw draagt een konijnenmasker en loopt alsof er spiralen onder haar zolen zitten.

De telefoon ratelt als gek. De kijkervaring benadert die van een op hol geslagen tekenfilm. Of van bladeren in een prentenboek. Het is een opeenvolging van tonen, kijken en registreren. Misschien is het een onderschatting van het doelpubliek. Pas als de focus zich op dochter Carola richt, komt er zoveel meer bij. Op haar eentje knutselt ze hele dierenparken bij elkaar. Reeksen zwanen, kuddes kikkers, scholen vissen. Altijd veel, zo is ze in gezelschap. Een enkele keer buigt vader zich over de vellen papier om mee te vouwen. Zonder al te programmatorisch te zijn, en steeds samenhangend met een knutselact, snijdt deze voorstelling een waaier aan emoties aan. Die vertrekken vanuit de dochter. Hoe ze verlangt naar haar vader, maar ontgoocheld is als er met die afgepeigerde zombie geen land te bezeilen valt. Hoe ze hem wil domineren, voor haar opeist, met hem avonturen wil beleven, afgewezen wordt, op een voetstuk gezet.

Als dusdanig is de vader een canvas, dat zich laat vullen met de projecties van de dochter. Hij mag haar held zijn, maar ook de bullebak, of de kwetsbare man die zijn zwaktes niet kan verbergen. Dan wil ze dat hij een beer is, sterk genoeg om alle tegenkantingen het hoofd te bieden. In Wim Opbrouck is die berendroom vlees geworden. Speels en met overgave gooit hij zich in de stemmingen die het stuk van hem vereist. Carola Arons maakte zich een motoriek eigen die haar iets kleinemeisjesachtigs geeft zonder in sjablonen te vervallen. Christine van Stralen blijft als moeder ietwat op de achtergrond. Allen spelen in eenzelfde cartooneske stijl, zij het licht gestileerd. Een originele voorstelling, die jongere kijkers boeit met zijn origamitechniek en tintelend acteren en de oudere interpelleert over hun ouder-zijn.