logo-print
Nieuws

Betrokken van op afstand?

Dat NTGent als tegengewicht voor de recente hernemingen van twee sublieme stukken van Ivo van Hove tegelijk een reprise van de jonge regisseuse Julie Van den Berghe presenteert, is een statement. Het ‘huis van spelers' onder leiding van Wim Opbrouck bewijst dat het zijn zin voor avontuur niet heeft verloren en dat het in zijn nieuwe seizoen naast repertoirestukken alweer met iets minder gekende teksten wil uitpakken. ‘Messen in hennen' van de nog levende theaterauteur David Harrower behoort tot de laatste categorie. Harrower, wiens suggestieve, omfloerste taal sterk twintigste-eeuws aandoet, schreef met ‘Knives in hens' een subtiele, moeilijk te doordringen tekst die een vreemd evenwicht bereikt tussen abstract en geconcretiseerd materiaal.

Voor de ondertussen dertig jaar oude Julie Van den Berghe was het stuk niet nieuw meer toen ze voor het NTGent een nieuwe versie creëerde. Ze had de tekst drie jaar geleden, tijdens haar studie aan de Theaterschool in Amsterdam, immers al geënsceneerd en dat ze de inhoudelijke finesses begrepen heeft, blijkt uit haar minutieuze, uitgepuurde regie, waarin ze ongewoon veel gewicht bij de tekst legt. Dat is een moedige keuze, niet alleen omdat het publiek met Harrowers constructie een moeilijk verteerbaar drama op zijn bord krijgt, maar ook omdat Van den Berghe zelf weinig aandacht trekt met haar discrete enscenering. Kunstenaarspretenties blijven dus achterwege en wat overblijft, is een kale tragedie waarin de mensen achter de personages keihard met elkaar in botsing komen.

De centrale thematiek binnen dit stuk is dubbel: enerzijds ziet men hoe de jonge echtgenote van een norse landbouwer dorst naar kennis, anderzijds vertelt Harrower het verhaal van een xenofobe boerengemeenschap die een irrationele haat koestert tegenover de lokale molenaar. Van den Berghe legt een grote klemtoon op dit laatste element en doet dat helaas weinig subtiel: door acteur Sabri Saad el Hamus in de rol van allochtoon te dwingen en deze daarenboven af en toe een paar woorden Arabisch te laten brabbelen, dringt Van den Berghe haar visie teveel op. Ook enkele plotse uitspattingen, die duidelijk breekpunten vormen binnen een verder eerder minimalistische regie, vormen een te groot contrast met de intieme sfeer van de voorstelling in zijn geheel. De innerlijke balans lijkt op bepaalde momenten zoek en de toeschouwer voelt zijn gevoel van bevreemding alleen maar in grootte toenemen.

Nochtans staat Van den Berghes regie duidelijk in functie van de tekst, die natuurlijk en poëtisch wordt vertolkt. Wim Opbrouck en An Miller geven hun ongrijpbare personages heel ongedwongen gestalte en ze vinden los van elkaar een prachtig, authentiek idioom. Vooral An Miller lijkt het acteren opnieuw uit te vinden door puur vanuit haar nieuwsgierigheid en intuïtie te acteren, waarbij ze het artificiële totaal overstijgt. Ook Sabri Saad el Hamus, die in Van den Berghes eerste versie al de rol van de molenaar vertolkte, acteert uitstekend, ondanks zijn door de regie opgelegde Arabische kunstgrepen. Dat het acteurstrio met een verstilde, fragiele lichaamstaal de menselijkheid in het stuk kracht bijzet, mag daarenboven een prestatie heten.

En toch is ‘Messen in hennen' verrassend weinig ontroerend. Aan Van den Berghes regie ligt dat niet en over de acteurs geen slecht woord. Allicht is het de tekst zelf die de toeschouwer op afstand houdt. Harrowers stuk is immers moeilijk doordringbaar en dat wreekt zich op de betrokkenheid van de toeschouwer, die het hele stuk lang een buitenstaander blijft.

- Jan-Jakob Delanoye