
Enkele maanden geleden stortte NTGent zich in een productioneel avontuur toen ze besloten de onbekende regiseusse Susanne Kennedy onder hun vleugels te nemen. Het risico werd een succes. Samen met het ensemble NTGent en Het Na¬tionale Toneel, is de 38-jarige regisseuse er in geslaagd Fassbinders wereldberoemde melodrama De bittere tranen van Petra Von Kant om te toveren tot een surrealistisch schouwspel dat, toegegeven, een opmerkelijk hoog Ceremonia-gehalte bezit.
Het uitgeholde leven van de gevierde mode-ontwerpster Petra (Els Dottermans) draait om goedkope cocktailjurken, wulpse dames en de ontdekking van haar biseksuele voorkeur. Hoewel Petra’s beeld aanvankelijk een vrij oppervlakkige indruk geeft, blijkt algauw dat ze meer is dan enkel een compulsieve leugenaar en gewiekste manipulator. Petra belichaamt niet alleen onze existentiële angst voor eenzaamheid; ze is ook een gebroken vrouw. Haar ijzersterke verschijning is niet meer dan een pose, net zoals haar breedhoekige glimlach slechts een masker is. Uit angst alle controle te verliezen, tracht ze dan ook, via een dominante attitude, haar relaties strak aan te teugelen. Zo is haar verhouding met de stilzwijgende dienstmeid Marlène (Bien De Moor) er een van meester en slaaf. Tegen alle verwachtingen in, verliest de zelfvoldane Petra alle grip wanneer ze zich bewust wordt van haar lesbische gevoelens voor de bloedmooie deerne Karin Thimm (Marie Vinck). De sluwe Karin beseft dat een parasitaire affaire met een ambitieuze zakenvrouw als Petra, haar carrière een boost kan geven. Thimm maakt bijgevolg gretig misbruik van Von Kants gevoelens, waardoor hun verhouding uiteindelijk culmineert in een definitieve scheiding. Het is pas op dit ogenblik dat Petra werkelijk oog in oog komt te staan met zichzelf.
Toen Rainer Werner Fassbinder De bittere tranen van Petra Von Kant in 1971 uitbracht, was homo- en biseksualiteit nog een bijzonder controver¬sieel thema. Na de première te Darmstadt verschenen er dan ook allesbehalve lauwerende commentaren. Thea¬terrecensent Klaus Coberg schreef zelfs ‘dat het stuk naar het triviale’ neigde. Geheel onterecht, want Petra Von Kant behandelt net, via een alledaags verhaal, universeel geldende problemen, gaande van een existentiële identiteitscrisis tot de ontwrichtende confrontatie met een veranderende sekuele voorkeur.
Doorheen het gehele stuk weet Els Dottermans het irrationele, haast neurotische gedrag van Von Kant verbazingwekkend goed weer te geven, zonder daarbij in barokke handelingen te vervallen. Von Kants schizofrene gedrag balanceert met andere woorden tussen een subtiele en extreme portrettering. Dottermans zag de vertolking enigszins als een uit¬daging aangezien ze in vorige producties alleen nog maar de rol had gespeeld van zelfverzekerde vrouwen, niet dat van een gebroken vrouw. Een uitdaging waar ze, eerlijk gezegd, wonderwel in geslaagd is. Wolf in de roedel en aanstormend talent Lien Wildemeersch vertolkt dan weer de rol van dochterlief Von Kant, die aanvankelijk een ietwat naïeve indruk geeft, maar zich in het verloop van de melodramatische ontwikkeling ontpopt tot een kritisch, haast assertief begaafd, personage. Marie Vinck zet met Karin een gelijkaardig personage neer dat aanvankelijk bijzonder onschuldig oogt, maar toch krijgt de toeschouwer de onderhuidse indruk dat ze uit egoïstische overwegingen handelt.
Opmerkelijk is dat Petra’s verafgode lievel¬ing bijzonder veel uiterlijke gelijkenissen vertoont met Carvaggio’s iconografische representatie van de Griekse wijngod Bacchus. Ondergetekende merkt ook op dat de macabere verschijning van de stilzwi¬jgende slavin Bien De Moor bijwijlen doet denken aan Morticia A. Addams, die u ongetwijfeld wel beter kent als de matriarchale figuur uit The Addams Family. Kennedy stelde niet alleen een ijzersterke cast samen, ze wist ook tal van vernuftige allusies in hun uiterlijke acte de présence te verwerken.
Zo zijn de grimering en theatrale compositie een subtiele knipoog naar werken als Meestersnacht, Les in Hysterie en Smoor van de inmiddels overleden theaterregisseur Eric De Volder. Toch doet deze gelijkaardige voorkeur voor lijvigheid en abstractie geen afbreuk aan Kennedy’s recentste pronkstuk. Meer nog, het is een vernieuwende theatertendens die steeds meer en meer lijkt op te duiken in de hedendaagse toneelwereld. Een tendens die zelfs wordt toegeschreven aan Kennedy zélf.
Ook over het decor niets dan lof, want het breedbeeldachtige kader en Katrin Bombes majestueuze seventies decor geven een cinematografisch elan aan het gehele theaterstuk. Daarbij doet Lotte Goos’ voorkeur voor een kitscherige kostumering geen afbreuk aan het gehele stuk, integendeel, het versterkt zelfs de seventies glamour die er doorheen het gehele stuk heerst. Als toeschouwer krijg je werkelijk de indruk dat je je zonet in een old-school Amerikaanse drive-in cinema hebt gewaagd.
De bittere tranen van Petra Von Kant is een waar gesamtkunstwerk, waarin men volop gebruik dùrft te maken van betekenisvolle muziek, zonder dat het een amateuristische indruk zou kunnen opwekken. Eens het doek is gevallen, staat de legendarische song “I’m the Great Pretender” van The Platters, inclusief Petra’s grimassende gezicht, dan ook voorgoed in je geheugen gegrift.