logo-print
Nieuws

De mens verdwijnt in zelfreflectie

De monoloog Krapps laatste Band van Samuel Beckett uit 1958 bezit een tijdloze kracht. Huisregisseur van NTGent, Johan Simons, benutte die kracht en maakte een actuele interpretatie van het personage Krapp. De moderne mens die opgaat in communicatiemiddelen en geïsoleerd achterblijft met slechts herinneringen. Simons levert een onvergetelijke opvoering van Krapps laatste Band en werpt een scherp nieuw licht op deze klassieker.

De laatste bandopname van Krapp maakt deel uit van de viering van diens 69e verjaardag. Tot vier keer toe schiet acteur Steven van Watermeulen in de rol van Krapp de kurk van een champagnefles de coulissen in. De schuimende vloeistof spuit hij als een ejaculatie over de grond bij zijn versleten schoenen. Ook andere langwerpige voorwerpen, zoals een banaan, en een microfoon, houdt hij speels voor zijn kruis en hij bekijkt het silhouet van zijn schaduw op de grijze achterwand. Alsof Krapp verlangt naar daadwerkelijke seksuele actie. Maar zoals later blijkt, zijn de kansen daarop achtergebleven in het verleden.

Het publiek heeft dan al kennisgemaakt met het 'echte' geslacht van Krapp, Van Watermeulen komt namelijk naakt het toneel op. Als een verdwaald oermens zoekt hij naar zijn smerige kledingstukken, die hij vindt in een grindberg waarin ook zijn bureau vastzit. Krapp is ordinair, seksueel gefrustreerd en geobsedeerd, mislukt en ongezond. Bovendien is hij eenzaam. Hij voedt zich met herinneringen, bananen en alcohol. De herinneringen neemt hij jaarlijks op bandrecorder op, het is traditie. Terwijl hij zijn jongere stem hoort praten, becommentarieert hij deze en staat stil bij de besproken zaken. Het lijkt een duet, in dialoog met zichzelf, met zijn herinneringen.

De bandrecorder is verwerkt in de bureautafel en er is slechts één opvallende rode quizachtige knop dat de band doet lopen of stopzetten. Het surrealistische decor, met de grindberg en het bandenarchief dat in de vloer in plastic dozen opgeborgen zit, doet absurd aan. Het maakt het personage Krapp clownesk, maar door het goede spel van Van Watermeulen raakt hij de toeschouwer niet alleen op de lachspieren maar ook in het hart. Van Watermeulen speelt Krapp intens en veelzijdig en maakt het personage meer dan een vieze ouwe vent.

Een mooie vondst is het felle spotlicht dat de speelruimte strak afbakent en de levensgrote schaduw van Krapp projecteert op de grijze achterwand. Het symboliseert de oneindige zelfreflectie waar Simons in zijn regie op doelt. Krapp probeert namelijk zijn identiteit volledig via het medium van de bandopnemer te definiëren. Dat vervreemdt hem van zichzelf, van zijn mens-zijn, doordat hij onderdeel wordt van het medium. Simons wil de positie van het individu onderzoeken in "een wereld vol technocratisch determinisme". Met deze voorstelling laat hij zien dat de media hun communicatieve doel voorbij zijn geschoten: de mens raakt juist vervreemd van het leven.

Krapps laatste Band staat bekend als het meest autobiografische stuk van Beckett. De schrijver situeerde de actie 'in de toekomst' en bedacht Krapp als een versleten oude man wiens roeping als schrijver uitliep op een leeg bestaan. Maar Simons voert Krapp op als een modern mens, inhoudsloos en zonder bezieling dankzij de globalisering. Krapp gaat op in zijn laatste band, dat betekent het einde van Krapp en misschien wel het einde van de mensheid.