logo-print
Nieuws

Een schorre zwanenzang

‘La grande bouffe' is de zwanenzang van Johan Simons bij NTGent. Volgend seizoen draagt hij het artistieke leiderschap immers over aan Wim Opbrouck. Simons begon in 2005 zijn carrière bij NTGent met ‘De asielzoeker'. Elsie De Brauw en Wim Opbrouck, de hoofdrolspelers van toen, spelen ook in dit slotstuk.

De voorstelling is een adaptatie van de ophefmakende film van Marco Ferreri, waarin vier mannen zich afzonderen om zich, als uiting van de menselijke vrije wil, dood te eten. Ze worden hierin bijgestaan door een prostituee en een lerares. ‘La grande bouffe' is een samenwerking met Toneelgroep Amsterdam, wat resulteert in een ware topcast met Elsie de Brauw (Elisa), Wim Opbrouck (William), Chris Nietvelt (Christiane), Jacob Derwig (Jacques), Steven Van Watermeulen (Stefaan) en Aus Greidanus jr (Sonius).

Het verhaal begint als de mannen al dood zijn. Hierna volgt een reconstructie van de feiten. De voorstelling van de mannelijke personages, verteld door Elisa, is geslaagd, net als de dubbelrollen van Nietvelt. Zij is heerlijk als stewardess, onder meer in de scène met de kaasbol. De heren zijn piloot, kok, televisieregisseur en rechter, en zijn dus ‘geslaagd' in het leven. Het stuk spot met de bourgeoisie, die decadentie en hedonisme ten top drijft. De (vr)eetthematiek past in onze obese consumptiemaatschappij vol realityreeksen als ‘Komen eten' en ‘Mijn restaurant'.

De open scène oogt sober met een ‘huisje' in het midden waarop beeldende kunst geprojecteerd wordt. De schoonheid van de muziek die weerklinkt, staat in contrast met de barbaarsheid van de heren. Vleeshompen die uit de lucht vallen maken duidelijk dat we ons in de villa bevinden waar het copieuze laatste avondmaal begint. Het wordt geen lekker banket voor het kamikazekorps: zij eten karkassen.

De heren stellen leven noch dood in vraag en hebben geen drijfveer voor hun collectieve zelfmoord. De kok William scandeert recepten als poëzie en roept bij tijd en wijle ‘ten aanval!'. Stefaan is het zorgenkindje van de groep en heeft last van winderigheid. Piloot Jacques is oversekst en rechter Sonius wil met Elisa trouwen.

Het eten werkt bij Elisa als afrodisiacum, terwijl de hoer Christiane zich afzijdig houdt en reflecteert over het banale gedrag van de venten en bij uitbreiding, over de mens an sich. Voor haar dient eten slechts als brandstof voor het lichaam. De teksten komen niet over en maken haar ongeloofwaardig. De vrouwen zijn hier sensuele figuranten die enkel op de voorgrond treden als ze ten dienste van de man moeten staan. De scène waarin Christiane serieel haar slipje uitschiet, maakt dit pijnlijk duidelijk. Bij de mannen heerst geen beschaving; ze zijn beesten die Christiane soms letterlijk voedert.

De topcast komt niet tot haar recht in deze voorstelling. Er is veel samenspel, maar het is minder interessant, omdat de personages eendimensionaal blijven. In de villa is het vooral eentonig en geen enkele scheet, aftrekbeurt of strontvloed kan daar verandering in brengen. De mannen vallen al een paar keer, als voorbode op de finale val: de dood. Eén voor één sterven ze, elk op hun eigen manier. Stefaan bijvoorbeeld blaast niet zijn laatste adem uit, maar zijn laatste scheet. De dood van de personages grijpt niet aan, daarvoor valt het geheel te licht uit.

Elisa en Christiane zitten vaak aan de zijlijn toe te kijken, terwijl ze wat verveeld voor zich uit staren: dat beeld komt nog het dichtst bij onze ervaring. Simons mist zo zijn ‘grande finale', want ‘La grande bouffe' is een schorre zwanenzang.