logo-print
Nieuws

Het bittere leven van Petra von Kant

Over hoe een mens heel klein kan zijn. Als een overdadig geschminkte en afgeleefde pop in een knusse isoleercel zien we hoe Els Dottermans de kleine kantjes van de mens vertolkt. ‘De Bittere tranen van Petra von Kant’ in de regie van Susanne Kennedy zagen we gisteren voor het eerst in NTGent.

De manier waarop Petra von Kant (Els Dottermans) haar secretaresse Marlene (Bien De Moor) roept, maakt al van in het begin van het stuk duidelijk dat ‘De bittere tranen van Petra von Kant’ steeds onheilspellend en een beetje donker is. We leren de selfmade mode-ontwerpster kennen als een autoritaire vrouw die de zwijgzame Marlene met kniehoge leren laarzen behandelt zoals een meester zijn slaaf. De magere Marlene, die er zo goed als dood uitziet, doet alles wat Petra haar vraagt. Ze typt haar brieven en maakt de schetsen van mevrouw. Ze ververst zelfs haar onderbroeken. Marlene doet dit alles zonder een greintje levensvreugde en steeds met een blik naar het publiek. Wij kijken mee en dat weet ze.

Een pathetische schim
Dat spelletje trekt mevrouw von Kant in haar hele omgeving door. Zij heeft de touwtjes in handen en zij bepaalt wat wanneer gebeurt. Die façade begint echter barstjes te vertonen als Karin Thimm (Marie Vinck) in haar leven komt. De jonge en verleidelijke vrouw die heupwiegend op scène staat, maakt Petra helemaal gek. Von Kant kan haar emoties niet onder controle houden en laaft zich aan de jeugdige schoonheid van Karin. Haar onvermogen om met deze gevoelens om te gaan, maken van haar niet meer dan een pathetische schim van de grote Petra von Kant.

Wat ‘De bittere tranen van Petra von Kant’ erg boeiend maakt, is dat er naast de hoofdscène altijd iets anders op scène gebeurt. Terwijl Petra von Kant haar vriendin Sidonie (Betty Schuurman) zelfverzekerd vertelt hoe zij diegene is die van haar man is weggegaan, streelt moeder von Kant zachtjes de benen van kleindochter Gaby (Lien Wilddemeersch) met af en toe een gilletje als gevolg. En terwijl Petra haar liefde voor Karin verkondigt, blaast Gaby rustig bellen met haar kauwgom. Bovendien worden wij als toeschouwers continu in de gaten gehouden. Is het niet door Marlene dan is het door het lieflijke dochtertje van Petra en door haar moeder. Of soms zelfs door het volledige vijftal alsof ze er zeker van willen zijn dat we gehoord hebben wat ze zeiden. Maar wanneer Marlene – ons intussen aanstarend – slagroom op Petra’s verjaardagstaart spuit zijn alle ogen op Marlene gericht. Die kleine bijzonderheden maken de voorstelling erg boeiend en met momenten erg grappig.

Onbehaaglijk gevoel
Wanneer Karin Petra verlaat en het verdriet van Petra tot een hoogtepunt komt, vinden we het niet meer grappig. Wanneer Petra huilt als een tiener met liefdesverdriet en zich daarna dronken te pletter danst, is het gewoon triestig. Er bekruipt ons een onbehaaglijk gevoel alsof we mevrouw von Kant zelf willen tegenhouden. Het is een vreemd gevoel, maar het bewijst wel dat regisseur Susanne Kennedy in haar opzet geslaagd is. Zelf houdt de regisseur ervan om als toeschouwer meer te zijn dan enkel iemand die naar een voorstelling kijkt en hier bereikt ze hetzelfde effect.

We houden van de manier waarop de voorstelling vertolkt is. Altijd staan de actrices op het podium te schuifelen, altijd kijken ze ons aan. Of lachen ze ons uit? De dunne grens tussen droom en nachtmerrie maakt het geheel af. Het decor is een knusse kamer, maar eigenlijk is het een isoleercel. De actrices zijn mooie poppetjes, maar het zijn eigenlijk kleine monsters. ‘De bittere tranen van Petra von Kant’ is heel wat subtiele humor en een beetje horror.

- Julie De Jonghe, Het Nieuwsblad