logo-print
Nieuws

Interview: Uit met Els Dottermans

Van Blauwe Maandagcompagnie maakte zij de overstap naar Toneelhuis om later via De Tijd te belanden bij NTGent. Ze kreeg verschillende prijzen waaronder een Gouden Kalf als Beste Actrice voor haar televisierol in Beck, en de prijs als Beste Actrice op het Filmfestival van Shangai voor haar rol in Dennis van Rita.

Dit najaar staat ze naast Wim Opbrouck in Ik val ... val in mijn armen, een muzikaal theaterprogramma waar ze hun tanden in americana en country hebben gezet en figuren als Johnny Cash, Emmylou Harris en Dolly Parton ten tonele dragen.

Lees en omhels, een prachtige vrouw, Dottermans Els!


Els, ik vermoed een culturele jeugd?

Mijn vader was beeldhouwer, dus ja, wij zaten daar middenin. Wij hadden veel schilderijen hangen en beeldhouwwerken staan. Maar cultuur was niet heilig voor ons. In de gang stond een heel mooi marmeren beeld, maar daar hingen wij onze jas aan of wij zetten onze fiets ertegen. Kunst maakte deel uit van ons dagelijkse leven. Vooral de plastische kunsten dan.

Van de plastische kunsten naar het theater ... hoe is dat gebeurd?

Geen idee. Als kind speelde ik geen toneel en ook als wij met school naar een voorstelling gingen, kon mij die meestal niet echt inspireren. Op mijn achttien ben ik gewoon met een vriendin toelatingsexamen gaan doen op Studio Herman Teirlinck en ik was aangenomen. That’s it. En daar is dan natuurlijk de sneeuwbal aan het rollen gegaan.

Ambieer je buiten acteren nog andere artistieke talenten?

Ik ben stiekem aan een tweede carrière begonnen, ik zing heel graag. Maar dat is nog redelijk onontgonnen gebied. Met Wim Opbrouck zing ik covers en ook voor het Bal van de Burgemeester, onlangs in Antwerpen, heb ik gebracht wat anderen mij al hadden voorgedaan. Op een dag wil ik weten welk genre mij ligt en probeer ik een eigenheid in mijn muziek te leggen.

Wie of wat bewonder je in de artistieke wereld?

Ik bewonder zo enorm veel mensen. Om er eentje te noemen, ik kijk heel hard op naar Sam Dillemans. Vooral dan omwille van de overgave en discipline waarmee hij werkt. Ik bewonder ook de eenzaamheid van de kunstenaar. Daar waar Sam en mijn vader soms jaloers op zijn, hebben wij als acteurs vaak teveel. Een acteur is een kuddedier, een groepsmens, en ik voel dat ook ik soms behoefte heb aan meer autonomie in mijn werk.

Welke drie mensen neem je een avondje mee op restaurant?

Sam Dillemans mag mee, Henry Moore omwille van zijn mooie beelden en Ella Fitzgerald.

Ben je een fan van jazz?

Ja, als daar tenminste een geweldige stem tegenover staat. Jazz op zich vind ik soms te vrijblijvend.

Wat zou je hen vragen?

Wat hen drijft bij het maken en het uitvoeren van hun kunst. Vaak komen daar heel banale antwoorden uit, die tegelijkertijd natuurlijk ook heel eerlijk zijn. Kunst maken is vaak gewoon ook een manier om financieel te overleven. Wij hebben daar dikwijls een te romantisch beeld van. Ik ben nooit echt ontvankelijk geweest voor kunstenaars met grote gevoelens wat dat betreft.

Hoe banaal was jouw reden?

(lacht) Ik ben in het theater gerold zoals ik in het leven rol. Ik ben heel impulsief en intuïtief. Achteraf blijkt altijd wel dat ik de juiste keuzes heb gemaakt. Zo was dat toch ook met mijn kinderen en het kiezen van mijn man.

Van acteurs wordt ook gezegd dat ze graag gezien willen worden, maar wil niet elke mens dat? Ik denk dat ik gewoon op een dag gemerkt heb dat ik een bepaald talent tot communiceren bezat en daar iets mee wilde doen.

Ben je gelukkig met de tijd waarin je leeft?

Dat wel, maar je moet toegeven dat het niet meer zo geweldig leuk is op de wereld. Niet voor niks grijpen we nu terug naar de hoopvolle jaren zestig en zeventig. Toen werd alles opgebouwd, nu wordt alles neergeslagen.

Vooral de jaren vijftig in Parijs hebben mij altijd geïntrigeerd. Ik had er graag bij gezeten als al die verschillende kunstenaars mekaars gezelschap opzochten. Sartre, Picasso, Simone de Beauvoir,... alles was nog nieuw of moest nog uitgevonden worden.

Wat neem je mee naar de hemel?

Ik geloof niet in de hemel, maar als je bedoelt wat ik voor de eeuwigheid zal koesteren, dan zit daar zeker een boek van Gustave Flaubert tussen. Misschien wel zijn 'brieven’. Flaubert staat boven alles.

Ook Léon Spilliaert mag mij vergezellen naar de eeuwigheid. Toen ik als kind voor het eerst naar zijn schilderijen keek met die prachtige golfbrekers die oneindig leken door te lopen op dat kleine doek, ben ik voor het eerst geconfronteerd met de abstractheid van kunst.

Als ik een muziekstuk zou meenemen, dan ga ik voor klassieke muziek, want dat is het enige dat je kan beluisteren zonder er echt naar te luisteren. Het is het minst opdringende en het meest indringende … dat hangt af van wat je op dat moment wil. Mozart wellicht, want geef toe, je kan toch niet met dEUS de eeuwigheid ingaan?