
Gardenia van Alain Platel en Frank Van Laecke
“Hoe vaak mogen we verliefd worden tijdens de voorstelling?”
Gardenia is een unieke samenwerking tussen een choreograaf (Alain Platel), een regisseur (Frank Van Laecke) en een 62-jarige, transseksuele actrice (Vanessa Van Durme). Ze verzamelden een groep ongewone performers, een ‘out’cast, en creëren een sprookjesbordeel vol verhalen over het anders-zijn. Alain Platel keert met Gardenia terug naar de werkmethode uit zijn beginperiode, waarin hij theater maakte met niet-professionele acteurs. Het resulteert in bewegingstheater dat zich afspeelt op het raakvlak tussen hoop en illusie.
Alain Platel en Frank Van Laecke, jullie hebben als choreograaf en musicalregisseur een behoorlijk verschillende artistieke achtergrond. Wat heeft jullie samengebracht voor dit project?
Van Laecke: “Vanessa Van Durme is de link tussen ons beiden. Ik heb met haar Kijk mama, ik dans gemaakt: een biografische voorstelling waarin ze over haar stormachtige leven en haar ervaringen als transseksuele vrouw vertelt. Alain kende haar als actrice in zijn voorstelling Allemaal indiaan en bij ons alle drie ontstond het verlangen om samen te werken.”
Platel: “We inspireren ons op een Catalaanse film, Yo soy asi: ‘Ik ben zo’. Die gaat over de laatste vier dagen van een cabarettheater in Barcelona, dat wordt gerund door een groep oude travestieten. Een prachtige film over verloren liefdes en over afscheid nemen.”
Wie staat er in Gardenia op het podium?
Platel: “Onze cast is samengesteld uit mensen die Vanessa uit haar eigen kringen gerekruteerd heeft. Allemaal heren, sommigen zijn ondertussen dame geworden, tussen de 55 en de 67 jaar oud. Natuurlijk verwacht het publiek alle mogelijke clichés over transseksuelen: mannen met pluimen in hun achterste, enzovoort. Maar we hebben net een eerste fragment getoond aan het personeel van ons gezelschap. Onze techniekers, toch geen mietjes, vertelden me dat ze verrast en ontroerd waren: ‘Hoeveel keer mag je tijdens de voorstelling verliefd worden?’ hoorde ik achteraf.”
Van Laecke: “Stel je voor dat er tijdens de repetities romances bloeien tussen techniekers en onze spelers: dat zou geweldig zijn.”
Platel: “Frank en ik werken de afgelopen jaren allebei in een hyperprofessionele omgeving, met de best getrainde dansers en acteurs. Neem nu Out of Context, waarmee we in april nog bij NTGent te gast waren: absoluut toptalent op het podium. Zo’n voorstelling kan bijna niet mislukken, dat weet je op voorhand. We waren dus een beetje nerveus toen we aan dit avontuur begonnen. Maar wat blijkt? Deze groep reikt ons in alle generositeit en vertrouwen het mooiste materiaal aan. Topklasse.”
Van Laecke: “Ik heb het gevoel hier constant bij te leren. We krijgen lessen in het leven. Elke dag is als een rit in een emotionele achtbaan. We krijgen eerlijke, verpletterende verhalen cadeau. Het is aan ons om die theatraal te transformeren en te structureren.”
Platel: “Deze manier van werken is een herbronning voor mij. Ik vind de blik terug van mijn beginjaren als regisseur. Ik werkte vaak met amateurspelers, vrienden en kennissen. Ze maken geen grands égards. Ze beginnen vanuit een grote puurheid, ze verbergen niets. Deze performers hebben bijvoorbeeld echte ventenlichamen. Als ik ze vraag hun vrouwelijkheid te accentueren, krijgen we vaak grote, prachtige resultaten. Ze hebben er zelf ook veel aan. ‘Ik voel me voor het eerst zo mooi’, vertelde iemand me gisteren na de repetitie.”
Jullie zijn nu drie weken aan het repeteren en hebben nog drie maanden werk voor de boeg. Is er iets dat jullie nu al opgestoken hebben uit de verhalen van de performers?
Platel: “Er wordt ons vaak wijsgemaakt dat je gelukkig wordt, als je maar je lot in eigen handen neemt. Wel, dat klopt niet. Al deze mensen hebben ingrijpende keuzes moeten maken. Maar zelfs wie radicale daden stelt om het lichaam te krijgen dat hij of zij wil, krijgt daarmee geen garanties op het grote geluk.”
Van Laecke: “De schemerzones tussen man en vrouw, tussen jong en oud, tussen teleurstelling en bevrediging, die vind ik ontzettend interessant. De confrontatie met deze sterke persoonlijkheden die zich allemaal staande weten te houden in dat niemandsland tussen werelden, die troebleert en inspireert me tegelijkertijd.”
Platel: “Behalve de oudere heren/dames spelen ook een actrice, Griet Debacker, en een jongeman, Timur Magomedgadzejev mee. Timur is een 24-jarige Oost-Europese vluchteling die hier onlangs asiel vond. Hij is een getalenteerde danser en acteur. Zijn levensgeschiedenis contrasteert met die van de oudere performers, maar ze is even heftig. Zijn verhaal, zijn positie van buitenstaander tegenover de andere spelers levert chemie op. Als hij Vanessa ziet spelen, valt hij van de ene verbazing in de andere. Ze is zo flamboyant, ze nodigt je echt uit om jezelf te tonen zoals je bent. Je ziet vuurwerk als ze samen op het podium staan, want ook Timur is een sterke persoonlijkheid.”
Is Vanessa zelf veranderd sinds jullie het laatst met haar samenwerkten?
Van Laecke: “Misschien is ze iets meer tevreden nu. Na Kijk mama, ik dans en Allemaal Indiaan heeft ze een artistiek traject afgelegd dat misschien laat kwam in haar leven, maar toch een stuk van haar onrust heeft weggenomen. Sinds onze laatste samenwerking kan ze tegen zichzelf zeggen dat het glas halfvol is in plaats van halfleeg. Ze is gulzig genoeg om inmiddels een glas te willen dat tot de rand gevuld is.”
Jeroen Versteele