logo-print
Nieuws

Kasimir en Karoline

Kasimir en Karoline. Vorig jaar had deze voorstelling een zware nederlaag gekend op het festival van Avignon. Acteurs werden uitgejouwd. Het publiek verliet de zaal. Achteraf dienden de acteurs te bekomen. Waaraan hadden zij dat verdiend? Verklaringen werden gezocht. Antwoorden werden nauwelijks gevonden. Misschien was het de taal. Misschien was het wel de voorstelling zelf. Misschien was de voorstelling niet gemaakt om gespeeld te worden op het Cour d’Honneur. Wie zal het zeggen? Feit was dat Kasimir en Karoline in Frankrijk werd gekraakt.

Dat was de voorgeschiedenis. Dat was ook de reden waarom ik gisterenavond naar Kasimir en Karoline ging zien. Heb ik awoert geroepen? Heb ik de zaal verlaten? Niks van dat alles heb ik gedaan. Omdat ik al te zeer in de ban was van de voorstelling. Omdat ik al te zeer werd geraakt door een meeslepend verhaal. Een boeiend verhaal. Een hard maar mooi verhaal.

Tijdens mijn voorstelling groeide mijn ergernis omtrent dat Franse avontuur. Ik kon het Franse publiek niet begrijpen. Want ik werd aangegrepen door het verhaal van Kasimir en Karoline. Ik was onder de indruk van de acteerprestaties. Met een schitterende Els Dottermans en Wim Opbrouck. Ik was onder de indruk van de Veenfabriek. Zij verzorgden live de soundtrack bij de voorstelling. Soms zacht en ingetogen. Soms luid en hard. Steeds weer de juiste klemtonen op het juiste moment.

Het was een mooie voorstelling. Maar waarover ging het dan? Op mijn terugweg naar huis heb ik hierover nagedacht. Fietsen kan verhelderend werken. Een warm, zomers weertje kan dat denkproces nog versterken. Drie thema’s meen ik te mogen distilleren uit deze voorstelling. Hoe sneller ik fietste, hoe helderder ik het allemaal zag.

De mens is het slachtoffer van de omstandigheden. De speelbal van diezelfde omstandigheden. Dat lijkt het stuk te suggereren. Maar is dat ook zo? Voor het persoonlijke gewin worden verklaringen gezocht binnen de eigen persoonlijke sfeer. Eigen talenten hebben dat geluk bewerkstelligd. Voor verlies of ongeluk wordt veelal gezocht naar factoren buiten de eigen omgeving. Anderen worden verantwoordelijk geacht voor het verlies. Factoren, die buiten onze invloed liggen, bewerkstelligen het verlies. Maar is dat werkelijk ook zo? Kunnen wij het verlies niet keren? Kunnen wij het ongeluk niet afwenden? Niet door ons te laten meeslepen maar door eigen actie kunnen wij mogelijk verlies afwenden. Maar het gebeurt niet altijd. Bewust of onbewust. Indien wij niet slagen in onze opzet en uiteindelijk hard aanknallen tegen verlies, vergeten wij ons eigen falen. Anderen hebben schuld, zo eenvoudig lijkt het. Op verschillende momenten in de voorstelling krijgen Kasimir en Karoline de mogelijkheid om de kansen te keren. Om het ongeluk af te wenden. Maar zij lopen die mogelijkheid telkens weer voorbij. Omdat zij al te vast zitten in die rollercoaster, die sneller en sneller op hun ongeluk afstormt. Beiden kunnen of willen die rollercoaster niet stoppen.

Het gras is altijd groener aan de andere kant. Dat lijkt Karoline te denken. Maar zij komt terug van een kale reis. De voorstelling doet ons vraagtekens plaatsen bij dit gezegde. Want bepalen wij niet de felheid van het groen aan de andere kant? Of aan deze kant? Bepalen wij niet zelf de goedweerberichten? Bovendien lijkt dit gezegde in zich een ontkenning in te houden van de belofte, die dit gezegde inhoudt. Telkens weer worden die woorden op een zodanige manier uitgesproken waarbij wij op voorhand weten dat het gras niet groener is aan de andere kant. Maar wij horen het niet. Wij willen voelen. Wij willen ondervinden. Om aan het eind van de rit vast te stellen dat wij ons iets hebben voorgespiegeld. Uit gemakzucht vluchten wij weg uit onze situatie en wentelen wij ons in het nieuwe, frisse groen. Maar dat frisse groen verdort al snel. Dan keren wij met hangende pootjes terug. Maar soms is het te laat.

Het gras is groen. Maar aan beide kanten even fel. Op voorwaarde dat wij het grasperk onderhouden. Voldoende bewateren. Dan hoeven wij niet te gaan piepen bij de buurman of -vrouw.

Liefde overwint alles. Uiteindelijk vindt elk potje het juiste dekseltje. Misschien moeten wij door de stront kruipen. Misschien krijgen wij zware modderstromen over ons heen. Misschien botsen wij met ons hoofd veel en zwaar tegen de muur. Maar heel waarschijnlijk brandt voor iedereen aan het eind van de tunnel dat ene verhelderende licht. Misschien niet onmiddellijk. Misschien niet direct. Maar dat licht brandt. Ergens.

De voorstelling laat ons weggaan met de gedachte dat iedereen ooit die ene, mooie en warme liefde zal vinden. Met een dergelijke gedachte de zaal mogen verlaten, bestaat er iets mooier?

Ik heb een mooie avond gehad. Ik heb luid en lang geapplaudisseerd. Omdat ik die herinnering aan Avignon wou wegvegen. Omdat ik de acteurs en actrices wou meegeven dat zij een prachtige voorstelling gebracht hebben. Avignon is weg. Een mooie herinnering blijft.