
Country is de kortste weg naar het hart. Els Dottermans en Wim Opbrouck bewijzen dat met verve.
Wim Opbrouck heeft een dijk van een stem en een muzikale ziel, dat wisten we al. Maar zou Els Dottermans zich rechthouden in de sporen van Emmylou Harris? En zou de zaal van het NT Gent niet te steriel zijn om een countryavond te laten openbloeien? Ik val... val in mijn armen was ondanks zijn eenvoudige opzet best gedurfd, maar leerde ons dat theatermensen prachtige concerten kunnen geven. Regisseur Johan Simons zat al helemaal goed toen hij besloot dat een camping hét decor is waar Vlaamse Dolly Partons en Kenny Rogersen hun hart opengooien.
Achteraan op het podium zette hij een caravan, waar de muzikanten zaten te jammen terwijl de zaal volliep. Op de tonen van ,,Ring of fire'' namen de mannen hun positie in: Wim Opbrouck aan zijn Fender-Rhodesorgel, Ruben Block (Triggerfinger) op gitaar, Ron Reuman aan het drumstel en Axl Peleman met gitaar, bas en geruit deken in een antieke rolstoel. Ze spanden een stevig vangnet voor Els Dottermans, die er breekbaar uitzag in bloemetjesjurk en rode laarzen, en nog wat onzeker klonk in ,,I was country when country wasn't cool''.
Hoe treffend mooi ze wel kan zingen, hoorde je enkele duetten verder in ,,'t Doet pijn'' (,,Love hurts''). De liefde loopt te snel, ze dient alleen zichzelf: countrysongs zijn voor vertalers mijnenvelden vol clichés, maar Frank Vander Linden vond de juiste toon. ,,Jackson'' verplaatste hij met hilarisch effect naar Menen, ,,stad van zestienduizend cafés''. Aangekomen bij Johnny Cash & June Carter, speelden Opbrouck en Dottermans meteen even hun aanzoekscène na uit de film Walk the line . Een vette knipoog naar hun personages, die ze daarna weer ernstig namen voor ,,Brand new dance''.
Dat spel van weglachen en toe-eigenen bracht spanning in de avond. Nu eens ironisch, dan weer bloedserieus lieten de twee alle gevoelens passeren waar een man en vrouw samen doorgaan. Voor het hartverscheurende ,,Kom weer bij me'' (Chip Taylors ,,The trouble with humans'') werd de camping stil en donker, om daarna los te barsten in een wild bal populaire mét grotesk westerntafereel en karaokeversie van ,,Travailler c'est trop dur''. Want country kan ook Frans zijn, vindt Opbrouck, of zelfs Duits en negentiende-eeuws, zoals hij later illustreerde met Brahms' ,,Abschiedslied''. Dottermans verloor de pedalen toen ze Dolly Parton met pruik en al achternaging in ,,Islands in the stream'', maar herpakte zich met een verbeten ,,Blijf bij je vent'' (,,Stand by your man''). Het dichtst bij zichzelf kwam ze in ,,Land van mij'' (,,Motherland'').
Opbrouck ging lichtvoetiger terug naar zijn roots, met ,,Raht en uw oarms'', een West-Vlaamse vertaling dus van ,,Into your arms'' (The Lemonheads). Is het leven vallen en opstaan, dan is de liefde vallen en opgevangen worden. Dat was de rode draad die je uit deze avond kon halen. Maar ook zonder die losse samenhang was ,,Fall'' van Chip Taylor het perfecte slot geweest. Will you be there, will you catch me when I fall? zongen Opbrouck en Dottermans, gevolgd door een ijzige falsetkreet van Ruben Block. Rauw en ontroerend, zo is country op zijn best.