
Zelden meegemaakt, dat de hoofdrolspeelster op het einde van een theatervoorstelling zelf om applaus vraagt. An Miller deed dat na de premièrevoorstelling van Messen in Hennen zaterdagavond uitgerekend wel. Ongepast? Helemaal niet. Overbodig? Eigenlijk wel, want het publiek drukte probleemloos de handen op elkaar, en lang. Waarom dan wel? Omdat An Miller de vraag op de juiste toon stelde, (zoals ze zoveel dingen op de juiste manier zegde, schreeuwde, herhaalde) en ook omdat Messen in Hennen niet alleen gaat over een driehoeksrelatie op den buiten. Messen in Hennen gaat namelijk ook over de dingen benoemen, maar wel nadat men ingezien heeft wat de dingen zijn.
De setting. Voor de premièrevoorstelling in de Minardschouwburg had NTGent op het pleintje voor de schouwburg een nogal landelijk tafereeltje opgesteld: een accordeonspeler, balen stro, en even voor acht uur kreeg het publiek _ dat al een jenevertje had gekregen _ rijst en rozenblaadjes in de handen gestopt: om naar het pas getrouwde koppel te gooien.
En ja, vlak voor acht uur kwamen ze aangetuft, op een scooter: Wim Opbrouck (ploeger William), en zijn veel jongere vrouw An Miller, die voor zover wij ons herinneren, in het stuk niet echt een naam krijgt, maar gewoon als vrouw aangesproken wordt. En ook soms wel als God.
Opbrouck, de boer, de paardenboer, de ploeger, zo blijkt al snel in het stuk, leidt zijn vrouw binnen in de theaterzaal, en verwelkomt het publiek aan de ingang van de zaal, waar kermislampions de sfeer van het huwelijksfeest suggereren.
Het verhaal. Een boer huwt een jongere vrouw. Houdt van haar. Maar houdt ook van zijn werk, zijn akkers, zijn paarden. Leeft op zijn akkers. De buitenwereld is ver weg. Er is alleen het dorp _ waar over gesproken wordt, en waar hij zijn vrouw vond _ en de molenaar, gespeeld door Sabri Saad El Hamus. De molenaar, waar het graan naartoe moet, om gemalen te worden. En waar die smeerlap van een molenaar een deel van het graan achter houdt als vergoeding voor het malen. Op een dag kan de ploeger niet zelf naar de molenaar, omdat één van de merries eerstdaags een veulen krijgt. Dus moet zijn jonge vrouw maar met paard en kar naar die gehate molenaar.
Het spel. De rest van het verhaal laat zich raden, en de afloop van het verhaal is niet eens zo belangrijk. Maar de manier waarop de Schotse auteur David Horrower en regisseur Julie Van den Berghe de acteurs de dingen laat doen en zeggen, is van een moeilijk te beschrijven maar onwaarschijnlijk hoog niveau.
'Ik ben geen akker' Dat zijn de eerste vier woorden die An Miller uitspreekt.
'Dat heb ik ook niet gezegd. Ik heb gezegd, jij bent net als een akker. Dat is niet hetzelfde. Je moet niet het ding zijn omdat ge net als een ding zijt.' dient de boer haar van antwoord, en hij sluit de discussie af met ,Ik weet meer dan jij.' Waarop de toon gezet is.
Miller en Opbrouck zeggen het hele stuk door wel mooie dingen. En telkens blijkt hoe de jonge vrouw _ die dus minder weet dan haar man en dat ook nog graag toegeeft _ zich ten uit de beperkte wereld van haar boerderij wil losrukken. Door bij te leren. Door naar de dingen te kijken, en ze te benoemen. Bijleren, dat doet ze volgens haar eigen eenvoudige logica: ,,We mogen niet zo lang naar omhoog kijken'', zegt ze op een bepaald moment, ''als we dat wel mochten, dan zou ons gezicht plat op ons hoofd staan''.
Bijleren doet de jonge boerenvrouw ook als ze naar de molenaar gaat. Want die schrijft. Met een pen. Schrijft hij op wat er in zijn hoofd zit. Tovenarij, vindt de jonge boerenvrouw aanvankelijk, tot ze de pen zelf in de hand krijgt, en begint te schrijven.
Niet alleen de taal en de manier waarop de dingen gezegd worden maakt van Messen in Hennen een goede productie. Ook de lijfelijkheid en de seksualiteit die veel meer gesuggereerd dan getoond wordt, maken het verhaal geloofwaardig. Ook anno 2011, al doet de molenaarssetting en de machtsverhouding tussen man en vrouw eerder aan middeleeuwse toestanden denken.
Terug naar het begin: hoe en waarom An Miller op het einde van het stuk om applaus vraagt, dat kan u nog gaan bekijken op locatie, of in Gent, in februari 2012. De vijf voorstellingen die volgende week nog spelen in Minard zijn immers uitverkocht.