Missie
NTGent
Een huis van spelers
Missie
NTGent wil als stadstheater in Gent een huis van spelers zijn. De stedelijke context dient daarbij als uitvalbasis; de oriëntatie is die van een internationaal (co)producerend gezelschap. Op basis van weloverwogen tekstkeuzes, waarin klassiek repertoire wordt afgewisseld met hedendaagse literatuur, bouwen we verder aan een open huis dat zowel artistiek als maatschappelijk een referentiepunt wil betekenen. Een plek waar intellect en entertainment vanzelfsprekend samengaan en waar we eigen producties afwisselen met gastvoorstellingen.
NTGent wil een baken zijn in een tijd waarin de podiumkunsten steeds meer hybride vormen aannemen. Om dit te bereiken kiezen we voor het ensemble als werkmodel, met sterke acteurs uit Vlaanderen en Nederland en een eigen dramaturgie. Wat ons bindt, is onze grote liefde voor de grote zaal. Het theater is voor ons de plek om vorm te geven aan onze verbeelding, waarbij we onze voorstellingen beschouwen als oefeningen in empathie, en dus in verdraagzaamheid. Onze drijfveer is niet cultuurpessimisme, maar hoop. Onze expertise stellen we ten dienste van het individu dat hierover iets te vertellen heeft: een auteur, een regisseur, een romanpersonage…
Context
NTGent staat als stadstheater in Gent voor een nieuw en uitdagend hoofdstuk: na de jaren met regisseur Johan Simons als artistiek leider, waarin met succes een repertoire ‘midden in de wereld’ werd ontwikkeld, neemt op 1 september 2010 het ensemble het roer over. De spelerskern wordt voortaan aangevoerd door acteur en muzikant Wim Opbrouck, die in 2005 samen met Simons zijn intrede maakte in de schouwburg aan het Sint-Baafsplein. Opbrouck ziet deze opdracht dan ook vooral als een doorstart – en niet als een breuk met wat er in het recente verleden is opgebouwd. De behoefte om verder te werken als ensemble werd vrijwel meteen zo aangevoeld en uitgesproken, onder meer in het meerjarenplan dat eind 2008 werd ingediend bij de Vlaamse overheid: “We staan nog maar aan het begin, als ensemble. Wij, de acteurs die door Johan Simons bij elkaar zijn gebracht, willen nog veel meer samen spelen, in verschillende constellaties, in verschillende soorten producties. Met regisseurs met wie we nog niet zijn uitverteld, maar ook met nieuwe namen van wie we vermoeden dat ze in deze groep zullen gedijen. De ideeën, de wilde geesten, de creativiteit: ze zijn er. Laten we uitgaan van onze sterktes… We blijven internationaal, Vlaams-Nederlands, spetterend acteurstheater maken.”
Deze doorstart houdt in dat er de komende jaren nog voorstellingen te zien zullen zijn uit de beleidsperiode met Johan Simons. Producties als Ik val… Val in mijn armen, Gif, Tien Geboden, Platform, Brief aan mijn rechter – om er maar enkele te noemen – blijven het op het repertoire van NTGent staan. Tegelijk opent het nieuwe werkingsmodel, waarbij een speler aan het roer staat, heel wat kansen voor een aangepast repertoirebeleid, waarin de huisdramaturgie evolueert van ‘midden in de wereld’ naar ‘midden in de kunsten’. Deze verbreding van onze horizon heeft onder meer te maken met het toenemend aantal gastregisseurs dat in Gent komt werken, maar ook, en vooral, met de nadrukkelijke wens van het ensemble om theater te maken dat inspiratie haalt uit aanverwante disciplines, als daar zijn: muziektheater, dans, poëzie, beeldende kunst…
Een blik op het eerste seizoen spreekt wat dat betreft al boekdelen, met achtereenvolgens: Aida*, een eigenzinnige adaptatie van Verdi’s operaklassieker uit 1871 door de Zwitserse tenor en muziekregisseur Christoph Homberger; Woyzeck, een bewerking van het gelijknamige stuk van Georg Büchner in samenwerking met regisseur Eric De Volder, componist Dominique Pauwels en Toneelgroep Ceremonia; Kinderen van de zon, een repertoirestuk van Russische signatuur in een regie van Ivo Van Hove, in samenwerking met Toneelgroep Amsterdam; Decemberhonger,, een nieuwe tekst van Oscar van den Boogaard als vervolg op Lucia Smelt uit 2001, in coproductie met STAN en in een vormgeving van de B-architecten; Close, een dansvoorstelling in regie van choreograaf Koen Augustijnen, bekend van Les Ballets C. de la B.; en last but not least Nero, een monoloog geschreven en geregisseerd door Peter Verhelst, met acteur Wim Opbrouck die plaatsneemt in een installatie: een miniatuurstad op scène waaruit van tijd tot tijd muziek opstijgt. Kortom, het eerste seizoen is er één dat blijk geeft van een grote nieuwsgierigheid naar andere artistieke zienswijzen, naar werkmethodes die elders gangbaar zijn.
Tussen de creaties en de hernemingen door is er ook een nieuwe reeks genaamd Clauskamp. Met deze repertoireoefeningen op basis van zijn imposante oeuvre, brengen we hulde aan de literaire bravoure van Hugo Claus (1929-2008), de schrijver die ooit bijna tot artistiek directeur van deze schouwburg was benoemd. Het concept is eenvoudig: een aantal weken tijdens het seizoen gaan onze acteurs, inclusief gasten, de vloer op met teksten van zijn hand. De selectie van het materiaal – afkomstig uit het toneelwerk van Claus, maar ook uit zijn proza of gedichten – gebeurt vooraf door onze dramaturgen, die daarbij een specifiek thema hanteren: familie, erotiek, melancholie, verraad… Maar uit eindelijk is het aan de spelers, bijgestaan door een regisseur, om op één week tot een geïnspireerde presentatie te komen, een avond waarin spelplezier zoveel als een must is.
Spelplezier keert vanzelfsprekend ook terug in de voorstellingen van de partners met wie we regelmatig willen (blijven) coproduceren: Toneelgroep Amsterdam, JAN, Wunderbaum en Toneelgroep Ceremonia. We ontvangen naar goede gewoonte de collega’s van Het Toneelhuis en KVS en nodigen daarnaast een aantal gasten uit in samenspraak met ons ensemble. Niet toevallig passeren er heel wat spelers pur sang de revue de komende maanden, gaande van oude bekenden (Josse De Pauw, Stany Crets, Peter Van den Begin, Jan Decleir, De Enthousiasten…) tot jong talent (FC Bergman, tg Steigeisen…) en alle generaties daartussen (Sofie Decleir, Halina Reijn, Michaël De Cock, Sara De Bosschere…). Onze schouwburg staat ook open voor familietheater, een logische aanwezigheid in een huis dat verbeelding hoog in het vaandel wil voeren. Hoe vroeger de magie van de grote zaal, als toverdoos, ontdekt wordt, hoe liever we dat zien.
Een schouwburg als uitvalsbasis hebben houdt ook een verantwoordelijkheid in. De komende jaren gaan we op zoek naar regisseurs die de grote zaal al in de vingers hebben of willen krijgen. Tot die laatste categorie behoort Julie Van den Berghe (°1981). Zij studeerde regie in Amsterdam en charmeerde in Nederland al pers en publiek met sprankelende voorstellingen als F. (naar een tekst van Marguerite Duras) en Messen in hennen (naar een stuk van David Harrower). Met haar legt NTGent de komende drie jaar een artistiek traject af richting grote zaal, waarbij we ook haar eerder gemaakte voorstellingen een plek geven in onze kalender. Julie neemt bij wijze van intrede de eerste twee Clauskampen voor haar rekening: een week in oktober en een week in december.
Aangezien een schouwburg idealiter ook als een stedelijke ontmoetingsplek functioneert, blijven we op lokaal en regionaal niveau investeren in samenwerkingsverbanden die niet louter artistiek zijn, onder meer met de opleiding Drama van de Hogeschool Gent, het Landjuweelfestival en Victoria Deluxe. Terwijl we artistiek onze horizon verbreden, blijft NTGent dus ‘in de wereld’ staan. Want luidop durven dromen is geen vrijgeleide om maatschappelijk vrijblijvend te zijn, laat staan om de werkelijkheid te negeren. We spelen om te leren, individueel en als collectief.




