
Onder het motto Was will das Weib? maakte Els Dottermans een muzikale monoloog over vrouwen en liefdesleed.
'Geluk, daar
valt geen kunst
over te maken.
Leed is veel
interessanter'
Weet u intussen wat vrouwen willen?
'Ach nee, die titel is maar een boutade. "Was will das Weib?" zouden de laatste woorden van Sigmund Freud zijn geweest. Ze klinken zowel provocerend als komisch; dat vind ik goed.'
Het citaat waarmee uw voorstelling wordt ingeleid, is ook provocerend. 'Neem een vrouw haar lijden niet af, want het is het enige waar ze groots in kan zijn', schreef Connie Palmen in haar roman 'Lucifer'. Is dat zo?
'Het maakt niet uit of dat zo is; ik vind het vooral een heel theatrale zin. Groots zijn betekent boven jezelf uitstijgen. Lijden wordt dan kunst. Daar kan ik iets mee. Aan psychologie doe ik niet. Mijn voornaamste doel is een muzikale avond maken, waarin muziek en tekst bij elkaar komen. Dat is niet evident. Muziek raakt een mens veel sneller, gaat direct naar binnen. Een woord werkt anders, heeft context nodig. Maar ik geloof dat woorden even hard kunnen raken, dat intelligentie kan ontroeren.'
'Connie Palmen, die de teksten schreef voor deze voorstelling, kan heel goed met afstand beschouwen. Dat had ik nodig, want de liedjes zijn zo doordrenkt van leed. Als je ze hoort, denk je echt "Oh God". Daar moet iets tegenover staan.'
Met songs van onder anderen Roy Orbison en Dolly Parton gaat u de platgetreden paden niet uit de weg.
'Dat klopt; en ik heb bovendien al mogen horen dat er een paar goed foute nummers tussen zitten. Maar als je het over liefdesleed wilt hebben, kan je de clichÈs niet omzeilen, vind ik. Ik wil ze net gebruiken om er iets over te zeggen. Bovendien werden de meeste nummers vertaald en kregen ze een nieuw arrangement. Zo luister je er toch weer anders naar.'
Zijn het ook liedjes die uw smaak weerspiegelen?
'Toch wel, ik houd van lekkere muziek met een hoog meezinggehalte. Alles hangt van je stemming af. Als het goed zit, leg ik thuis wel eens een plaat op om samen met vrienden te dansen.'
U zong ook al voluit in 'Ik val... val in mijn armen', een liedjesavond die u samen met Wim Opbrouck bracht. Heeft het zingen een nieuwe wending gebracht voor u?
'Ik zal nooit een zangeres worden, maar Ik val... val in mijn armen heeft me wel vertrouwen gegeven om te zingen. Toch zit de nieuwe wending vooral in iets anders. Was will das Weib? is de eerste voorstelling die uit mezelf komt, waarvoor ik zelf alles heb samengebracht. Dat geeft energie. Als acteur ben je doorgaans bezig de droom van iemand anders waar te maken. Stilaan voelde ik een drang naar autonomie. Dit is mijn droom. Ik loop er al zeven jaar mee rond. Het begon met het idee om iets te doen rond Ann Christy. Die vrouw ontroert mij zo. Ze is de perfecte verklanking van het vrouwelijke leed.'
Waarom zingt u dan geen liedjes van Ann Christy?
'Die liedjes hebben al te veel geschiedenis op zich. Je kunt ze alleen maar nazingen. Om dezelfde reden ben ik Edith Piaf uit de weg gegaan. Ik had anoniemere nummers nodig, nummers waar ik iets mee kon doen. "Ne me quitte pas" van Jacques Brel zing ik dan weer wel, in een vertaling van Peter Verhelst.'
Wat hebt u met al dat leed?
'Geluk, daar valt geen kunst over te maken. Leed is veel interessanter. Zolang je er ook maar mee kunt lachen, natuurlijk.'
Is het altijd weer hetzelfde leed, bij vrouwen?
'Nee, leed verandert met de leeftijd. Een meisje van zestien dat over haar liefje piekert, dat is een ander leed dan een vrouw van vijftig die te veel drinkt. Maar altijd is het leed wel even groots.'