

Maria Theodora Mathilde de Doelder, geboren en getogen in Terneuzen, icoon van de Amsterdamse jetset in de jaren zeventig. Beter bekend als Mathilde Willink, derde echtgenote van schilder Carel Willink. “Superpoes” noemde hij haar, “een mooi ding om in huis te hebben”. Over zichzelf zei ze: “Ik leef in een sprookjeswereld van illusies en extravagantie. Als men je niet opmerkt kun je net zo goed niet bestaan.” Opgemerkt werd ze zeker. Tot haar tragische dood in 1977 kwam ze regelmatig in de publiciteit door haar opmerkelijke gedrag en uitspraken. Ze viel op door haar dure, buitenissige kleding van ontwerpster Fong Leng, door haar opmerkelijke make-up, maar vooral door haar hele wezen. Ze was een fenomeen, Nederlands eerste, echte en misschien wel enige diva, die haar Zeeuwse afkomst nooit heeft verloochend.
In Mathilde schetst Louis van Beek de geschiedenis van Mathilde Willink, zonder haar exacte levensverhaal te vertellen. Hij zoekt daarbij naar het gevoel achter de façade. Louis van Beek werd voor zijn Mathilde genomineerd voor de Louis d'Or. Geregisseerd door Paula Bangels en begeleid door David Cantens, die ook tekent voor de composities.
Hoe een Zeeuws meisje een levend kunstwerk werd.