
1986. Tijdens een van de meest repressieve periodes van de apartheid publiceert de 46-jarige Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee een korte roman onder de titel ‘Foe’. De titel is even dubbelzinnig als het boek zelf. ‘Foe’ verwijst naar Daniel Defoe, de schrijver van het beroemde Robinson Crusoe verhaal, maar het is ook Engels voor ‘vijand’. In zijn roman herschrijft Coetzee de moderne mythe van het Robinsoneiland vanuit het perspectief van een vrouw, Susan Barton, die op het eiland aanspoelt en getuige is van het (macht)spel tussen de blanke Robinson en zijn zwarte Vrijdag. Zij observeert hoe complex de levens van meester en slaaf verbonden zijn, hoe de meester tevergeefs wacht op het moment dat de slaaf in opstand komt en hoe de slaaf zich nestelt in zijn rol, en zwijgt. Maar ook dat zwijgen van Vrijdag is dubbelzinnig, want zijn tong is uitgerukt, lang geleden, door slavenhandelaars. Hoe zou het zijn moest hem dit ‘oorspronkelijke’ onrecht niet zijn aangedaan? Susan verstoort met haar komst op het eiland niet alleen de harmonie tussen Robinson en Vrijdag, ze organiseert ook hun redding. Bij hun terugkeer naar Engeland sterft Robinson op zee. Vermits Vrijdag zwijgt, is Susan de enige die het verhaal van het eiland kan vertellen. Dus gaat zij op zoek gaat naar de schrijver Daniel Foe. Maar die is meer in het persoonlijk verhaal van Susan geïnteresseerd dan in de geschiedenis van het eiland. 2006. NTGent en Münchner Kammerspiele coproduceren een toneelbewerking van Foe. Het kader waarbinnen we de Robinsonmythe plaatsen, is niet langer dat van de Zuid-Afrikaanse apartheid, maar van een wereld waarin meer dan ooit over vriend en vijand gesproken wordt. En de dubbelzinnigheid is groter dan ooit. Wie is vandaag Robinson, die blijft vastklampen aan een verlicht imperialisme? Wie is vandaag de zwijgende Vrijdag, die weigert om het historische onrecht in één goed gesprek uit te wissen? Wie zijn die naïeve getuigen die geloven dat het vertellen van een verhaal belangrijk is om dichter bij de ander te komen? En wie heeft de tong van Vrijdag uitgerukt? Waren het echt de slavendrijvers? En wat is de rol van de schrijver in dit alles? ‘In elk verhaal is er een stilte, iets dat aan het oog wordt onttrokken, een onuitgesproken woord. Pas als we het onuitgesprokene uitgesproken hebben, geraken we tot het hart van het verhaal.’
Première 4 maart 2006 in München, 11 maart 2006 in NTGent schouwburg
Regie Johan Simons