
Decemberhonger, naar een tekst van Oscar van den Boogaard, is de opvolger van Lucia smelt (2001). Deze dramatische eersteling van van den Boogaard ontleedde de (ex-)relatie van een koppel dertigers (Sara De Roo en Steven Van Watermeulen) dat door jaloezie uit elkaar was gedreven. In Decemberhonger zijn diezelfde dertigers veertigers geworden. Ze zijn terug samen en hebben besloten elkaars bezit niet te zijn. Of/of is en/en geworden. Met mannen of vrouwen: alles is vrij, zonder schuldgevoelens, ‘zolang we elkaar maar niet kwetsen’. Tja... Hem gaat dat nieuwe huwelijk toch net iets beter af dan haar. ‘In dit leven moet je al je verlangens waarmaken’, klinkt het bijna zuchtend. Lastig, hoor, die ‘decemberhonger’.
De beste manier om de dynamiek tussen twee mensen te schetsen is er een ménage-à-trois van te maken. De jonge toneelstudente Maya Sannen is de hond in het kegelspel. De Roo brengt de minnares van haar man zelf in huis. Met een soort vederlichte kwaadaardigheid onderzoekt Sannen de rek tussen de oudere geliefden. Haar spel heeft niet eens een narcistische bedoeling: ze lijkt meer gedreven door nieuwsgierigheid dan door passie. Twintig jaar oud: een nestklever uit een oppervlakkige generatie.
De speelvloer ligt geprangd tussen tegenover elkaar geplaatste publiekstribunes (ook u maakt deel uit van dit verhaal, mevrouw, ook u, meneer!) en is bedekt met kartonnen dozen – de spullen die hij nooit heeft durven uitpakken. Man en vrouw cirkelen om elkaar heen, als worstelaars in een arena, met Sannen als provocatieve scheidsrechter. Vooral het spel van De Roo is heerlijk fysiek, met opgestoken stekels – geen wonder dat Van Watermeulen haar op een gegeven moment vraagt eens wat kwetsbaarheid te tonen.
De tekst is scherp en de dialogen zijn heerlijk, op enkele passages na (niet toevallig maatschappelijke onderwerpen als het misbruik in de kerk of euthanasie) waarin van den Boogaard-de-columnist zich net iets te uitdrukkelijk laat gelden. Die uitweidingen leiden gelukkig slechts even de aandacht af. Het is bovenal mooi om te zien hoe Sannens spel uiteindelijk niet pakt. Peuterend aan wat naar haar gevoel een scheur is, onthult ze slechts het omgekeerde: hoezeer het koppel met elkaar verkleefd is. En zo schuilt in Decemberhonger onder het cynisme eigenlijk een grote romantiek. Uiteindelijk verdwijnen de kartonnen dozen en krijgt het huis vorm, al is het dan met bordkartonnen meubels. Is het dat maar, leven met elkaar? Ja, dat is het maar. Maar wat is het veel.
- Evelyne Coussens