
In 2008 trof Jeroen Van der Ven met Leuchter, een apologie van een ontwerper van doodsmachinerie als de elektrische stoel. Nu toont hij met Thomas Bellinck Fobbit, op basis van interviews met Belgische militairen in Afghanistan. In een bezwerend decor, een mijnenveld vol colablikjes, maken ze de onwerkelijkheid van oorlog verrassend tastbaar.
Traag zuigt Van der Vens adem door zijn gasmasker, nog trager glijdt zijn loop door het duister. Beeldende kracht, zeldzaam in jong theaterwerk, is al de helft van de sterkte van Fobbit.
De andere helft is juist de werkelijkheid van oorlog die uit de getuigenissen spreekt. Militairen blijken ook vaders, onhandige mensen of mannen die ook al eens een gek feestje organiseren. Plastische beschrijvingen van uiteengereten lichaamsdelen steken daar schril tegen af. Dat contrast moet de eigenlijke waanzin van zo'n operatie uitmaken. 'Meer geld!' eist Van der Vens personage op het eind van Defensie. Het maakt van het verrijkende Fobbit net die meerduidige en toch knallende nieuwe creatie die je van laureaten mag verhopen.