
Regisseur Johan Simons vertaalde al meermaals teksten van Michel Houellebecq naar het toneel. Platform levert een uitgebalanceerd spektakel op, even uitdagend als amusant.
Het is al eerder opgemerkt: Johan Simons weet een positieve boodschap te puren uit boeken die bekendstaan als hard en cynisch. Dat deed hij in Elementaire deeltjes, naar de bestseller van Michel Houellebecq, en in Arnon Grunbergs De asielzoeker. Grunberg richtte alle spots op hoofdpersoon Beck, die uit is op het ontmaskeren van alle illusies die een mens nodig heeft om in leven te blijven. Simons bleek vooral geïnteresseerd in de liefde tussen Beck en zijn terminale vrouw. Platform is een sociale komedie die een maatschappelijke analyse bevat die om een reactie van de toeschouwer schreeuwt, maar de rode draad erin is de liefde tussen Michel en Nathalie: opnieuw twee mensen die voor elkaar gemaakt zijn en die op het hoogtepunt van hun geluk uit elkaar gerukt zullen worden. Simons' voorstelling begint met de explosie die het verhaal beëindigt. Een moslimterrorist blaast het vakantiedorp in Thailand op waarin Michel en Nathalie zich bevinden. Het is nuttig dat vooraf te weten, zodat je je niet zit af te vragen waarom er eerst een hoop rotzooi (tuinmeubilair, resten van palmbomen, kleding) uit de lucht komt vallen en waarom de mensen die uit die rommel kruipen zo'n wezenloze uitdrukking op hun gezicht hebben. Na deze opener wordt, heel helder en chronologisch, het verhaal van de liefde tussen Michel en Nathalie verteld. Het resultaat is bevreemdend: de personages vertellen, terwijl de shock en verbazing over de moordende explosie, die eigenlijk nog moet plaatsvinden, op hun gezichten te lezen zijn. Pas geleidelijk aan komen ze over de schok heen en wordt het spel losser. Steven Van Watermeulen (Michel) gaat helemaal flippen als hij zijn million dollar-idee uitlegt en Els Dottermans (Nathalie) volgt hem, met een steeds nadrukkelijker wulps spel en enkele atletische kunsten die menig dame in de zaal haar zal benijden. Het million dollar-idee waarvan sprake speelt in op de westerse nood aan onbezoedelde seksualiteit. Aan de ene kant heb je westerlingen, die niet meer kunnen genieten van seks, omdat ze zich blindstaren op het lichaamsideaal dat de reclame hen voorhoudt. Aan de andere kant heb je de rest van de wereld. Die is arm, met maar één ding van waarde om te verkopen: onvoorwaardelijk seksueel genot. Michel doet Nathalie, die voor een reisbureau werkt, een revolutionair idee uit de doeken: de georganiseerde seksvakantie. Wat is immers logischer dan de verkopers (de armen) bij de gefortuneerden (westerse toeristen) te brengen? De kracht van Michels ,,eureka'' doet je bijna vergeten dat het simpelweg seksuele uitbuiting is. Simons heeft er blijkbaar naar gestreefd om dit materiaal zo verteerbaar mogelijk te presenteren. De westerlingen zijn eendimensionale schietschijven, perfect voor onderkoelde humor. Daartegenover staan twee outsiders: een ondernemende Marokkaanse en de moslimterrorist. Het zijn uitermate ambivalente personages. Vooral de terrorist is zowel ,,het geweten'', als een gevaarlijke moralist. Terwijl de anderen, als kinderen zo blij, hun nieuwe toerisme-concept uitwerken, onderbreekt hij hun gesprekken met harde feiten, tegenwerpingen, nuances. Hij wordt genegeerd, maar het effect is er: het westen lijkt opeens wel een luchtbel, afgesneden van de realiteit. En zoals de personages snel zullen ontdekken: een luchtbel is bijzonder kwetsbaar.
De Standaard, Mark Cloostermans, 19-12-2005