logo-print
Nieuws

Recensie Underground

Underground is een stuk aan de pols van de tijd – de Oostenrijkse Elfriede Jelinek schreef haar Kontrakte des Kaufmanns in het najaar van 2008, de periode dat de economische crisis losbarstte. NTGent maakte er een interessante enscenering van – met dank aan de uitstekende tekstbewerking en cast.

Het ostentatief dichtklappen van de zaaldeuren is het toeklappen van een muizenval. We zitten vast, terwijl een goochelaar (Servé Hermans) ons geld laat verschijnen en verdwijnen. Tot zijn truc mislukt en hij zich genoodzaakt ziet om met zijn brandende bankbiljetten in een reusachtig zwembad te springen. Spelen met geld is spelen met vuur. Behalve het zwembad (statussymbool én poel van verderf) wordt de scène ingepalmd door een enorme brandkast, toegang tot de underground van waaruit de personages opduiken. Die personages zijn naamloos en ondergaan geen evolutie: van de kleine, beleggers vol zelfbeklag tot de van zelfgenoegzaamheid glimmende bankiers, allen draaien ze rondjes in cirkelredeneringen en tegengestelde meningen. Slechts één steekt boven alle anderen uit en krijgt een steeds prominentere rol: het geld. Waar het eerst passief verhandeld wordt groeit er langzaamaan een personage uit: het geld begint te leven en te werken, te spreken zelfs: ‘Hoe komt het toch dat je me niet beter behandeld hebt?’

De tekst is niet hapklaar en ze vindt op niet-logische wijze toegang tot ons hoofd: uit de massa woorden lichten er hier en daar wat op, er blijven zinnen hangen, verwoed flikkerend tot lang na de voorstelling – meer prikkelend dan moraliserend. Minder geslaagd zijn vormgeving en regie. De strakke desolaatheid van de scène, het kille neonlicht,  de vervreemdende soundscape. De expressionistische acteursregie, incluis gekunstelde zegging, schrille uitroepen, mechanische herhaling en onverstaanbaar door elkaar geroep. Vergissen we ons, of zijn we terug in de jaren negentig beland? Anderzijds houden al te anekdotische verwijzingen naar Fortis, Lippens en Leterme ons beslist in 2009.

Hoe ziek het mechanisme van het kapitalisme de mens maakt, blijkt pas in een laatste scène waarin een kleine belegger (een magistrale Jos Verbist) zijn gezin heeft uitgemoord om hen de schande van zijn failliet te besparen. Het cynisme van het bankensysteem krijgt plots een erg concrete, bloedige dimensie. Een mythische ook: het leeuwengebrul van de hebzucht heeft deze Hercules, die zich halfgod waande, tot waanzin gedreven. ‘Ik weet niet waarheen’ stamelt de gezinsvader. De onderwereld lonkt.