logo-print
Nieuws

Simons neemt te veel tijd voor kale Beckett

Geen vrolijke man, die oude Krapp - wel fascinerend. Een beetje zoals Samuel Beckett zelf was. De gekwelde Ierse schrijver, die met 'Wachten op Godot' (1952) het toenmalige toneelrepertoire opschudde, doet dat met het minitoneelstuk 'Krapp's Last Tape' (1958) nog eens dunnetjes over.

Er gebeurt bijna niets in dit extreem korte werk, dat trekjes heeft van een meedogenloos zelfportret. Een oude man luistert op zijn verjaardag naar bandjes met herinneringen, zoals hij dat elk jaar doet. Hij blijft daar niet onberoerd onder. Maar als het tijd is voor een nieuwe opname, komt hij erachter dat er weinig meer te zeggen valt.

De kracht van het stuk zit hem in de minimale actie, waardoor een heel leven wordt samengevat in een paar flarden tekst. De dood van Krapps moeder. Zijn laatste poging tot liefde, in een schommelend bootje op de rivier.

Regisseur Johan Simons van NT Gent neemt geen genoegen met dat kale onderhuidse drama: hij rekt het op om er meer theater van te maken. Dat gaat niet helemaal goed. Het duurt al bijna een half uur voor acteur Steven Van Watermeulen klaar is met zich aan te kleden. Dan is er nog geen woord gesproken.

Daarna komt het ritueel langzaam op gang, maar met te veel nadruk. Van Watermeulen, toch bekend als een uitstekend acteur, is te bestudeerd aanwezig, neemt meer tijd dan het stuk aankan. Daardoor blijven er maar een paar gedenkwaardige momenten over tijdens de anderhalf uur dat het duurt. En ja, dat zijn de momenten dat Beckett bijna achteloos, op zijn onnavolgbare wijze, een hevig gevoel aanraakt. Dan zijn we even thuis. Bij de zwaarmoedige Krapp en zijn hartverscheurende conclusies.