logo-print
Nieuws

Underground, recensie

Henry van de Velde was de architect van de Gentse universiteitsbibliotheek, het Paleis voor Schone Kunsten en artistiek directeur van de NMBS. Hij heeft in 1936 de directie aangezet te kiezen voor het logo-ontwerp van Jean de Roy, een hoofdletter B in een liggende ellips. Het blijft een van de mooiste logo's van het land. Net als Van de Velde vindt Elfriede Jelinek een logo het belangrijkste element van de huisstijl. Nog maar twee minuten ver in haar toneelstuk Die Kontrakte des Kaufmans of een logo wordt getoond.

'Een komedie over de economie', zoals de ondertitel luidt, ging op donderdagavond 16 april van dit jaar van start bij Schauspiel Köln. Bergen commentaar. Onder meer omdat Jelinek tot de laatste dag, nee, tot het laatste uur contact hield met de wording via een camera die zijn beeld doorgaf aan haar werkkamer in Wenen, en maar nieuwe teksten bleef mailen en oude schrapte. De acteurs waren door haar bemoeienis genoodzaakt te spelen met het tekstboek in de hand. Door die betrokken afstand en voortdurende bijsturing werd de nadruk gelegd op drie zaken: actualiteit, tempo en emoties. Ze leefden op het toneel en ze leefden in de zaal. Het publiek was geen x-aantal toeschouwers, maar evenveel aandeelhouders.

De bankencrisis kwam Jelinek goed uit. Ze speelde al lang met de gedachte een stuk te maken rond de graaicultuur. Niet alleen van bankiers, beursmakelaars, grootaandeelhouders, maar ook van de kleine belegger. De laatstgenoemde moet nu niet op de vuist gaan. De bankencrisis is er niet toevallig gekomen. Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel, is de achterliggende gedachte van het stuk.

Regisseur Johan Simons was er als de kippen bij om het stuk planklaar te maken voor de Lage Landen. Dat is hem gelukt, maar het resultaat stelt enigszins teleur. Omdat het gevoel overheerst dat haast en spoed Simons parten hebben gespeeld. Het logo als vingerafdruk van het kwaad is bijkomstig geworden. De muziekkeuze is droevig en de belichting ondermaats. De woestheid van de auteur én de scherpte van het Duits heeft in de vertaling flink wat van zijn pluimen verloren. De regisseur is genoodzaakt geweest zijn spelersgroep in overdrive te schakelen om het hellevuur weer te vinden. Nuance ontbreekt, wat tot irritatie leidt bij de toeschouwer.

Al is de scheidingslijn zeer dun, de vier delen van het stuk zijn duidelijk herkenbaar. Aanklacht, verdediging, oordeel en triomf. De eerste drie delen worden soepel gebracht. Het vierde deel is een vierkant wiel. Had Johan Simons gekozen voor een omslag, van extrovert naar introvert spel, zou de boodschap van het Griekse drama - wat het stuk op technisch gebied in wezen is, al noemt Jelinek het een komedie - sterker zijn geweest: geld kost geld. En zou de boeggolf vertellen wat op de toog van de bruine kroeg valt: dat de rijke stinkerd op zijn kop krijgt maar zijn zakken niet inzakken.

Aan de voorstelling is te zien dat Simons het grootste deel van zijn tijd in de acteursregie heeft gestoken. Maar wie het niet heeft, kan het niet tonen. Centrale figuur Jos Verbist staat plompverloren op het toneel, of hij nu actief is of terzijde staat. De taak van trekpaard wordt met glans overgenomen door Kristof Van Boven, Katja Herbers, Servé Hermans en, met pluim, Marjan De Schutter. De andere spelers moeten een jaartje opnieuw naar dictieles. Extra opletten bij de les Schreeuwen.

De diabolische vertelling is één lange zin. Ook toneelmatig. Tempo en spanning kloppen als een zwerende vinger. Mits een paar correcties en een donderpreek in de spelersfoyer zal de voorstelling langer meegaan dan een speeljaar. Maar het is zeker te laat om de titel te veranderen? Het snaaien van venters , of iets in dien aard, had veel beter uitgedrukt wat Jelinek heeft bedoeld met Die Kontrakte des Kaufmans . En had het sarcastisch karakter van Simons, gekoppeld aan de klei in zijn logica beter tot zijn recht laten komen.