logo-print
Nieuws

Vlaamse versie van ‘Opening Night’, portret van een uitzonderlijke vrouw

Bij de verovering van de Far West noemde men maverick een paard op een ranch dat niet gebrandmerkt was. Sinds Hollywood is ‘maverick’ de bijnaam voor onafhankelijke regisseurs die hun eigen weg zijn gegaan om te ontsnappen aan het keurslijf van de filmindustrie.

John Cassavetes behoorde tot deze categorie. Hij was zoals hij zelf zei ‘op zoek naar diepe waarheden’. Als acteur of regisseur heeft hij nochtans meer nagelaten dan films: een oeuvre, een levensles, een manier van samen zijn, zich om elkaar bekommeren, om elkaar geven; zoals in Opening Night, in de eerste plaats het portret van een uitzonderlijke vrouw, en tevens een lofzang op het theater. Talent en behoorlijk wat lef, dat was ervoor nodig om het script van Cassavetes te bewerken voor toneel. En een rolverdeling die zich niet laat afschrikken door de acteurs van de film: Gena Rowlands, Cassavetes zelf, Ben Gazzara, Joan Blondell... Een Vlaming durfde het aan. Ivo van Hove, directeur en regisseur bij Toneelgroep Amsterdam. Met zijn 48 jaar is hij een volleerd vakman, die de ruimte, het spel en het ritme beheerst en zeker genoeg van zichzelf is om deze uitdaging aan te gaan zonder ooit een fragment van de film te hebben gezien, zo beweert hij stellig.

De twijfels en de drank

Waarin we kennismaken met Myrtle, die in New Haven (Connecticut) repeteert voor een stuk, The Second Woman, dat binnenkort in première gaat op Broadway. Myrtle is een ster en wil dat heel graag blijven, ofschoon de jaren beginnen te tellen en een bedreiging voor haar vormen zoals ze een bedreiging vormen voor alle actrices en de meeste vrouwen. Dat is het centrale thema van het stuk, evenals van de film, en nu ook van de theaterbewerking. Dit onbehagen over het ouder worden wordt nog versterkt door een drama aan het begin van het stuk: nadat ze haar liefde heeft verklaard aan Myrtle, loopt Nancy Stein, een piepjonge en bloedmooie vrouw, voor de deur van het theater waar de repetities plaatsvinden onder een auto en is op slag dood. Vanaf dat moment spookt ze dag en nacht rond in het hoofd van de actrice, die toch al danig de kluts kwijt is door haar twijfels en onverantwoord drankgebruik. Dit is de opmaat voor een haast metafysisch ballet, een mengelmoes van de meest banale beweegredenen – de medespelers van Myrtle, de regisseur van het stuk, de schrijfster en de producent deinzen nergens voor terug, zelfs niet voor geweld, om ‘hun’ voorstelling te redden -, de spookverschijningen van Nancy – die symbool staan voor de vervlogen jeugdjaren van de actrice – en de schijnbaar onvermijdelijke ondergang van een toneelspeelster die haar gelijke niet kent. Maar schijn bedriegt, want alles loopt goed af: op de avond van de première (‘opening night’ in het Engels) in New York speelt Myrtle de sterren van de hemel.

Ivo van Hove bedient zich uiterst bekwaam van filmische middelen om zijn mise-en-scène meer diepgang te geven. De stemmen worden versterkt door microfoons, waardoor de woorden van de vertolkers iets heel indringends krijgen. Drie cameramannen lopen over de bühne om de structuur van het stuk inzichtelijker te maken. De beelden verschijnen op videoprojectoren en op een groot scherm dat loodrecht boven het podium hangt. Dit podium, met daarnaast de coulissen en tribunes waar de toeschouwers plaatsnemen, vormt een grote ‘speelplaats’ die doet denken aan de immense hotelkamer van Myrtle in de film. Hoewel Elsie de Brauw niet direct de charme bezit van Gena Rowlands, schildert ze langzaam maar zeker een boeiend portret van een toneelspeelster, van een vrouw ook, vol overtuiging en vol overgave. Het gezelschap om haar heen valt op geen enkel moment uit de toon. Ivo van Hove kan de vergelijking met Cassavetes prima doorstaan. Allebei hebben ze eenzelfde soort gevoeligheid, die ze weliswaar anders in beeld brengen.