
'Ze hebben kleinkunst weer hip gemaakt', vond Michiel Devlieger vorige week in De laatste show. Maar zijn de brandmerken kleinkunst - of erger: 'chiromuziek' - nog wel van toepassing op Yevgueni?
Bij de première van hun Welkenraedt-theatertour zagen wij alvast een verstilde popgroep die zichzelf uit de korte broek heeft gehesen.
Welkenraedt. Een slaperig dorpje in de Oostkantons, dat eigenlijk alleen onder pendelaars een mythische status geniet. Wekelijks dommelt er minstens één arme ziel in op die verbinding vanuit de hoofdstad, om een paar uur later vertwijfeld te ontwaken aan de eindhalte. De vierde plaat van Yevgueni gaat echter niet over die specifieke rit, of zelfs maar over het dorpje. Wel handelt ze over toeval. En over de twijfels over je eigen bestemming: wil ik hier wel zijn? En waar moet het nu heen?
Dubio mag dan hun deel blijven, maar na de première van de nieuwste theatertournee bleek Yevgueni alleszins niet op een dood spoor te zitten. In het cultureel centrum van Beveren zag je een doorgewinterde groep die haar eigen geluid op punt heeft gesteld. En professioneel oogde. De brave korte broek werd een pantalon.
Op Welkenraedt stak het vijftal zijn nek verder uit, onder het alziende oog van Stef Kamil Carlens. Die dwong hen duidelijk buiten de grenzen van de kleinkunst te treden. En dat hoorde je er live aan.
In deze voorstelling kwamen gitaren vaker huilend de songs binnengestoven, en vormde een stevige beat niet zelden de ruggengraat. Wanneer de groep gas terugnam, bleken glockenspiel, banjo en kringloopwinkelpercussie dan weer méér dan verplichte theatergimmicks. Ze droegen daadwerkelijk bij tot een spannender klankdecor.
Muzikaal en visueel lagen de invloeden van de eighties er anders ook vingerdik op. De flirt met elektropop in 'Nieuwe meisjes' liet eerder al zoiets uitschijnen. Maar op de backdrop werd nu ook pencilsketch animatie geprojecteerd, die de gedachte spontaan naar 'Take on Me' van A-ha deed afglijden. Verder katapulteerde de groep je terug in de tijd, tijdens een autorit van de Noord-Franse grens naar de Kempen ('Hofstraat'). Die song ademde de sfeer van sponzen broekjes, oranje Lada's en synthpopster Peter Schilling.
Imaginaire toogvriend
Het podium werd verder ook ingepalmd door een aantal oude beeldbuizen die dertig jaar geleden ongetwijfeld even futuristisch oogden als de Rubik Cube. Om de illusie volledig te maken, verscheen af en toe ook wat analoge sneeuw op het scherm.
Vanaf die vijf tv-schermen zag je Sarah Bettens een mooi duet meezingen ('Propere ruiten'), maar nog mooier was - tja - 'Steeds mooier (Pannekoeken)', waarin de groep afdoende bewees dat het groen achter de oren weg is.
Even indrukwekkend bleek ook het vierde en laatste hoofdstuk in de 'Robbie'-reeks. In die laatste song over zijn imaginaire toogvriend, zong Delrue over de aftocht van Robbie. Géén deprimerende ondergang, maar wel een punt van aanvaarding en zen.
"Het muziekequivalent van die geruite-hemdjes-met-korte-mouwen-in-de-JBC", twitterde columnist Patrick De Witte vorige week nog over Yevgueni. Maar die opmerking leek dit weekend niet langer hout te snijden. De groep die wij zaterdag zagen, heeft de navelstreng met haar studentikoze, soms ietwat zoetsappige verleden duidelijk doorgeknipt.
Nu ja: tegenwind doet de vlieger juist stijgen. Die bedenking maakte Yevgueni nadien trouwens ook hard met actie, toen ze massaal papieren vliegertjes naar het podium lieten gooien tijdens 'Manzijn'. Fijn om te merken dat de groep zelf nog net een iets hogere vlucht nam.