
En als we het nu eens níet over Florence Nightingale, Winston Churchill of - om maar eens op de Grote Belgen-kar te springen - überbelg Ambiorix zouden hebben, maar over hun trouwe schaduwen: de mondeloze echtgenoten, zonen, moeders of zussen van deze helden? Stichting M.A.M. plaatst een van deze kanttekeningen bij de geschiedenis voor het voetlicht, en gedragen door een fenomenale actrice blijkt zo’n voetnoot een verscheurend verhaal te vertellen. Wie kent niet Antigone, de kordate dochter van Oedipus, die gekneld tussen wet en plicht de toorn van haar oom Kreoon weerstond en haar broer begroef? De Griekse heldin verloor er haar leven bij, maar won onsterfelijke roem. Weinigen kennen echter Ismene, de bange, voorzichtige zus van Antigone en zwijgende toeschouwer bij zoveel heldhaftigheid. Ismene die kiest voor lijf en leden. Ismene de laffe, Ismene de ‘zus van’ - ze draagt in de geschiedenis nauwelijks een eigen naam. In een intieme monoloog van ruim een uur doet Elsie de Brauw ons het relaas van een eenzame vrouw. De Brauw, die enkele jaren terug in Gent te zien was in het meesterlijke Vrijdag en recent nog in De asielzoeker, geeft gestalte aan Ismene. Ze doet dit op uiterst soberheid van De Brauws lichaamstaal getuigen van deze strijd. Ismene spreekt ons toe vanuit een niet nader bepaalde en onherbergzame plek, waar tijd niet langer van tel is. Ze beweegt zich nauwelijks, enkel de hoge en diepe uithalen van haar stem verraden haar emoties. Wanneer ze de ambigue relatie met haar zus blootlegt - die geliefde en vervloekte zus, die Ismene haar bestaan ontnomen heeft - laat dit een wrange nasmaak na. ‘Ik haat haar’, giechelt De Brauw nerveus, verontschuldigend bijna, want wie waagt het een held te haten? Elsie de Brauw werd voor haar rol in Zus van genomineerd voor de Theo d’Or, breekbare wijze. Het duurt lang, erg lang, voor het ineengedoken wezen op scène begint te spreken, durft te spreken, en wanneer dat dan gebeurt, blijkt het spreken een langgerekt hondengehuil dat slechts moeizaam overgaat in stotterende klanken. Ismene stamelt en zoekt naar woorden, ze heeft immers nooit geleerd te spreken in de welsprekende taal van de helden. Stuk voor stuk leggen haar verwanten het loodje. Ismene staat erbij en kijkt ernaar. Duizenden jaren nadat zij als enige is overgebleven probeert ze, gravend in het verleden van haar familie, haar bestaan te bevestigen. De schraalheid van de scène en de de prestigieuze Nederlandse prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol van het seizoen. Het juryrapport sprak over haar Ismene als over ‘het prototype van de naamlozen’. Wij zouden Zus van het prototype van must see-theater durven noemen.