logo-print
Nieuws

Zus van : Pretentieloze schoonheid

“Ik haat haar.” Wanneer Elsie de Brauw ons dit zinnetje toefluistert, is de voorstelling al voorbij de helft, maar we beseffen dat het hoge woord er eindelijk uit is. De Brauw, die eerder dit seizoen al schitterde in De asielzoeker (NTGent), geeft gestalte aan Ismene, zus van (daar heb je het al) Antigone, de beroemde dochter van Oedipus. Die laatste begeleidde haar blinde vader door Griekenland bij zijn ballingschap. Die laatste begroef haar broer Polynices tegen de wil van koning Creon in. Die laatste werd een icoon van heldhaftigheid. Ismene stond erbij en keek ernaar. Want als de goden dobbelen, kan je daar niets aan veranderen, vindt ze. Haar enige wapenfeit bestond erin een konijn te begraven, een ironische afspiegeling van de heldendaad van haar zus. In tegenstelling tot Antigone wordt ze besproken noch verguisd en is van haar naar eigen zeggen slechts “een bijzin in een boek” overgebleven. Een rondje googlen bevestigt haar woorden. Wie de naam Ismene intikt, krijgt ongeveer 200.000 hits voorgeschoteld. “Antigone” levert er daarentegen tien keer zoveel op. Ook bij de postmoderne ICT–freak vindt Ismene geen gehoor.

Wanneer het publiek schijnbaar als een toevallige bezoeker binnenkomt, staat ze moederziel alleen op een lege scène, worstelend met het licht van een zwakke spot. Het blijft stil in dit kille niemandsland dat een soort van vagevuur blijkt te zijn. Plotseling laat Ismene een gehuil horen dat door merg en been gaat. “Ze laten de honden los”, vertelt ze. Gedurende de voorstelling komen de snuivende beesten keer op keer dichterbij, totdat… Het is een ijzersterk en onheilspellend beeld, dat je al van bij het begin bij je nekvel grijpt. Dan spuwt Ismene haar gal. Eerst moeizaam en weifelend. Het spreken is ze immers bijna verleerd, want de dochter van Oedipus heeft eeuwenlang gezwegen. Over de moeilijke relatie met haar veel succesvollere zus; over haar familie die voor het ongeluk geboren lijkt; over haar zwakheden en angsten.

Elsie de Brauw is een actrice met een lange staat van dienst die dan ook vlotjes de knepen van het vak beheerst. Haar spel is ingetogen en intiem. Helemaal alleen torst ze dit stuk op haar frêle schouders en nooit gaat ze daarbij uit de bocht. Die sereniteit wordt weerspiegeld in haar absolute onbeweeglijkheid. Als een angstige mus staat de actrice stokstijf op een enkele tegel. Geen veer zal ze verroeren. Soms gaat al die sereniteit wat tegenstaan en hoop je vergeefs op een uithaal. Toch hangt het publiek voortdurend aan haar lippen. En zij doet haar verhaal. Soms giftig en cynisch, maar nog veel vaker als een gebroken vrouw die alles verloren heeft. Nu iedereen van wie ze ooit gehouden heeft, zelfmoord gepleegd heeft of gedood werd (zo gaat dat in die Griekse mythen), heeft ze al helemaal geen reden tot bestaan meer. De tekst is eenvoudig en pretentieloos, maar weet te raken. Zo ook Ismenes laatste woorden: ze hoopt nog eens het moment waarop ze het allergelukkigst was over te kunnen doen, “zodat ik weer weet hoe dat voelt.” En dan komen die honden. Zus van, een tekst van Lot Vekemans, leverde de Brauw vorig jaar een nominatie voor de Theo d’Or (de beste vrouwelijke hoofdrol van het seizoen) op, en wij begrijpen waarom.