Manifest



Bij wijze van inleiding

Elke instelling heeft regels, ook het theater, maar die worden bijna nooit bekend gemaakt. Zo is het in bijna alle Duitse stadstheaters een onuitgesproken regel dat producties (als ze al worden gemaakt) niet over de taalgrenzen toeren - om financiële redenen of omdat het onmogelijk is technici en acteurs dienovereenkomstig te plannen. Dit geldt ook voor de inhoud: De klassiekers uit de burgerlijke tijd zijn altijd dezelfde, van Schnitzler tot Ibsen tot Dostojewski en Tsjechov. Nieuwe of zelfs niet-Europese toneelstukken, niet-professionele of anderstalige acteurs, activisten of vrije groepen; zij zijn alleen te zien in zijprogramma’s en op studiopodia. Je moet een keuze maken: onafhankelijk scène- of stadstheater, productie of distributie, klassiekers voor een middenklasse publiek of internationaal tourcircus voor de wereldwijde elite.

Maar zelfs als u kiest voor het lokale model: De stad zelf wordt consequent uitgesloten van het werk van het Stadstheater door een set impliciete regels. Ze neemt enkel deel aan het intellectuele en artistieke werk van het theater via de media en in het kader van discussieformats of premières. Hooguit in enkele zogenaamde “vrije podia voor de burger”. Alle pogingen om het model van het stadstheater open te stellen, om stedelijke, nationale en internationale productiewijzen te combineren, een continu samenwerkend ensemble met openheid voor gasten, zijn mislukt door de impliciete grenzen van het systeem van het “stadstheater”. Matthias Lilienthal’s poging daartoe in de Münchense Kammerspiele te bereiken is nu door politici opgeblazen.

De eerste stap in de richting van het “stadstheater van de toekomst” is dus om impliciete expliciete regels - en ideologische debatten - om te zetten in concrete beslissingen. Hoe ziet een stadstheater van de toekomst er echt uit? Wie werkt er in, hoe repeteer je erin, hoe wordt er geproduceerd en hoe wordt er getoerd? Hoe kan het verlangen naar vrije productiewijzen, naar collectief en hedendaags auteurschap, naar een ensembletheater dat niet alleen over een geglobaliseerde wereld praat, maar deze ook weerspiegelt en beïnvloedt, in regels worden gegoten? Hoe dwing je een instelling die oud is geworden om zichzelf te bevrijden en weer een element te worden dat de wereld mee zin geeft ?

Natuurlijk: papier is geduldig. Er is geen kritiek op de feiten buiten de praktijk, of zoals Godard ooit zei: “Je kunt kritiek hebben op een film waarvan je denkt dat die slecht is, alleen met een andere, misschien betere film. Vanaf het seizoen 2018/19 nemen we daarom de artistieke leiding over van NTGent, een middelgroot Belgisch stadstheater met drie zalen. In het eerste seizoen ontwikkelen we, naast een artist-in-residence programma en een reeks politieke acties, acht nieuwe theater- en dansproducties en nodigen we uit of coproduceren we nog 41 andere. Alle producties die bij NTGent geproduceerd worden zijn onderworpen aan het MANIFEST VAN GENT, een set van 10 regels die vorig jaar gecreëerd werden als onderdeel van de ontwikkeling van het programma. Deze regels zijn van toepassing op alle gebieden van ons project “Stadstheater van de Toekomst”, van auteursvragen tot vragen over diversiteit en inclusie tot vragen over toeren. Afgezien van de eerste regel zijn dit uitsluitend technische eisen, in tegenstelling tot het “reinheidsgebod” van DOGMA95, dat meer dan 20 jaar geleden werd gepubliceerd. Uiteraard moeten deze regels, die zich beperken tot het productie- en distributieproces, worden aangevuld met andere gebieden die gebaseerd zijn op toekomstige ervaringen, bijvoorbeeld met betrekking tot de plaats van niet-Europese klassiekers in het programma of de samenstelling van het niet-artistieke personeel van het theater.

Eén: Het gaat er niet alleen meer om de wereld voor te stellen, het gaat erom die wereld te veranderen. Doel is niet om de realiteit voor te stellen, maar om de voorstelling zelf reëel te maken.

Twee: Theater is geen product, het is een productieproces. Onderzoek, castings, repetities en de debatten die daarmee gepaard gaan moeten publiek toegankelijk zijn.

Drie: Het auteurschap ligt geheel en al bij wie bij de repetities en de voorstelling betrokken is, wat ook hun functie mag wezen - en bij niemand anders.

Vier: De letterlijke bewerking van klassiekers op het podium is verboden. Als er bij de start van de repetities al een tekst - boek, film of toneelstuk - beschikbaar is, mag deze niet meer dan 20 procent van de voorstellingsduur uitmaken.

Vijf: Minstens een kwart van de repetitietijd moet buiten een theaterzaal plaatsvinden. Een theaterruimte is elke ruimte waarin ooit een toneelstuk is ingestudeerd of uitgevoerd.
 
Zes: In elke productie moeten op het toneel minstens twee verschillende talen worden gesproken.

Zeven: Minstens twee van de acteurs op het podium mogen geen professionele acteurs zijn. Dieren tellen niet mee, maar zijn welkom.

Acht: Het totale volume van de decorstukken moet kleiner zijn dan 20 kubieke meter, d.w.z. moet vervoerd kunnen worden in een bestelwagen die je met een gewoon rijbewijs mag besturen.

Negen: Minstens één productie per seizoen moet gerepeteerd of opgevoerd worden in een conflictzone of in oorlogsgebied, zonder enige culturele infrastructuur.

Tien: Elke productie moet op minstens tien plaatsen in minstens drie landen worden vertoond. Geen enkele productie mag het repertoire van NTGent verlaten vooraleer dit aantal is bereikt.

Gent, 1 mei 2018