Hakken in het zand - Africa

Tsjak. Een voet ploft in de aarde. Tsjak. De ander trekt bij. Tsjak tsjak tsjak. Een heupwiegende dans van benen, zweet en opwervelend stof.


Vorige week was ik in Africa. Anderhalf uur lang. In een productie van NTGent voert Oscar Van Rompay ons mee op zijn reizen naar het zinderend tropisch continent. Zijn lichaam, naakt, een ‘blanke’ canvas dat zich wellustig doch wanhopig tot Afrikaan probeert te kronkelen. Hij spuit zichzelf zwart, bidt zijn tanden bloot, briest en brult; soepel, ritmisch, vrolijk en rauw. Van Rompay schildert ons een stukje Kenia waar alles zo doordrongen is van levensvuur dat zelfs het gras ervan gaat sissen. In een duivelse bezwering zoals alleen Peter Verhelst die uit zijn pen dwingen kan . “Ruik je oksels, je speeksel, je zuren, je meest verborgen klieren. Hoor het bijten, het slurpen, het likken, het zuigen, het in elkaar klikken van tanden, klauwtjes en schubben.” Alles is zintuig. Ik schuifel eens heen en weer in mijn stoel.


Later die nacht, als de theaterdeuren achter me dichtslaan en ik om me heen kijk de koude natte nacht in, dan ben ik jaloers. Jaloers ja. En ik slaak een diepe zucht. Niets dan straatstenen en stoeptegels. Ik mis aarde onder m’n voeten. Stof, vuil, takken! Die lelijke arme voeten. Kathedralen zijn het. Hoe ze ons skelet naar omhoog stuwen, de wervelkolom tillen tot het staartbeentje naar achteren krult, de schouders rechten, de longen opentrekken. Die voeten dus, die wil ik in de aarde kunnen planten. Ze zeggen dat het je ontlaadt. Letterlijk. En figuurlijk. Binnen enkele minuten zakt het elektrisch niveau van je lijf tot dat van de aarde, nul. Weg spanning! Fijne gedachte alleszins, een stukje aardkorst worden.


De herinnering aan ‘Africa’ en zijn zeemzoete geuren laat me de rest van de week maar niet los. Ik onderneem een fietstocht om dat laatste beetje voodoo uit mijn kleren te schudden. In de stad, waar anders. Een stad op snoeiharde techno. Opgefokte beats waar onze trommelvliezen helemaal niet tegen opgewassen zijn, mechanisch, gehakt, ontzettend luid. Boem tak boem tak boem tak. We dansen ons in trance. Oscar die als een bezetene met zijn armen slaat en schuurt tegen de kont van een (denkbeeldige?) zwarte vrouw. Mijn adem gaat weer even aan de haal. Bij aankomst voel ik me als een uitgerookte bij. Ik hoest en kuch en hoeveel water ik ook achterover sla, de van uitlaatgassen doortrokken lucht blijft zeker nog een uur aan mijn tong kleven. Misschien moeten we met zijn allen een beetje Bob Marley gaan luisteren. Prettig en speels, lichtjes uit de pas, 60 (hart)slagen per minuut, snel genoeg, ik wil nog niet dood, dank je.


Het zachte ruisen van het bloed. Zo werd ik ooit wakker in een klein dorpje in Laos. Ontiegelijk vroeg was het. Buiten kleurde alles nog monochroom, maar in het dorp was er al een lawaai van jewelste. Hanen die kraaiden, rijst dat gezeefd werd, een weefgetouw dat tikte als een gek. Zoveel bedrijvigheid had me thuis steevast opgezadeld met een ochtendhumeur van hier tot in de Himalaya, maar in dit dorp voelde het als wakker worden met een Philips Wake-up Light. Geleidelijk en natuurlijk. Muziek zou volgens de wetenschap niet alleen een meetbaar effect hebben op ons hart- en ademritme, maar zelfs op de elektrische activiteit in onze hersenen en de geleidbaarheid van onze huid. Wij zijn voortdurend in resonantie met onze omgeving. Klankkasten dat zijn we.

Is het dat wat Oscar naar Kenia drijft? (En Oscar niet alleen, laten we eerlijk zijn). Het terug één willen zijn met ‘onze natuur’? Om een levend wezen van vlees en bloed te worden. Een wonder ecosysteem met geslachtsdelen, gal en lymfeklieren. Met een darmwand die onze gelukshormonen aanmaakt en een lever die dat allemaal netjes voor ons bijhoudt (wanneer lag jou laatst nog iets op de lever?). Ik denk het. Maar hoe harder de armen van ‘zwarte’ Oscar voor ons aan het zwieren gaan, hoe pijnlijker duidelijk het wordt: je ware aard verloochen je niet. Voor ons staat C3PO, de glimmende robot van Star Wars. Een stel hersenen dat nog met moeite weet dat er een lijf onder het hoofd bengelt. Of zoals Van Rompay het ons zegt: “Ik dans de ziel uit mijn lijf, ik zie mezelf in een spiegel. Ik zie een blanke”. Wat baat het nog? Waarom zo ver zoeken?


Ondertussen prik ik verder in de groenten op mijn bord, het dichtste dat ik vandaag bij de natuur zal komen. Of hoor ik daar ergens een ekster krassen. Ik ga nog even op pad, hakken in het zand.

- Annaïk Deceuninck, op https://parallellepipedum.wordpress.com/, 7-04-'16

Gerelateerde producties

Productie Datum
Front Polyphonie 09|06|17 » 21|10|17 meer info
Datum:
22 april 2016
Auteur:
Annaïk Deceuninck
Categorie:
Blog

gerelateerde personen

Peter Verhelst

Auteur, regisseur