Inleiding op de voorstelling: just asking

| 9 October 2020
Dit is een uitgeschreven versie van de inleidende podcast van de voorstelling ‘just asking’ van Peter Seynaeve en Oscar van Rompay. De opzet van de podcast is een interview met de makers van de voorstelling. De inleiding is gemaakt door NTGent publiekswerking.
Img 5701 Druk C Michiel Devijver

O: Oscar Van Rompay
P: Peter Seynaeve
A: Anthony Noteabert – Stagiair publiekswerking

Intro: korte stukken tekst die later in de inleiding worden gezegd, dit wordt ondersteund door een soundscape gemaakt door Liesa Van der Aa. De soundscape komt vaker terug in de podcast. Dezelfde soundscape wordt ook gebruikt in de voorstelling zelf.

O: Maar toen we eraan begonnen wisten we heel erg: dit heeft potentie. Maar die vorm zelf was echt heel open, we hebben veel uitgezocht tijdens het repeteren op de vloer. Ik kan me repetities herinneren waarin dat we zeiden van ‘nee, dit is geen theatertekst, dit gaat niet lukken, dit kan niet, is onmogelijk’, en dan een half uur later nog eens proberen en plots ‘jawel, dit is super, dit is een geweldige tekst. Dus we zijn er ook wel bang van geweest ofzo, van ‘wat is dit’.

P: Ik vind dat altijd heel emotioneel, eigenlijk, die vragen. Of die hoeveelheid, ik weet niet juist wat het is, maar het raakt mij altijd.

O: Die tekst is heel dubbel. Dan zijn we twee weken niet aan het repeteren en als we terug beginnen na die twee weken begin ik terug helemaal te twijfelen of dat wel kan. Dan denk ik: ‘de ene vraag na de andere, dat is pretentieus, dat is saai, dat is…dat kan niet’. En dan, eens dat je terug begint te doen, blijkt het wel te kunnen.

A: Welkom bij de inleiding van de voorstelling just asking van Peter Seynaeve en Oscar Van Rompay. Dag beste luisteraar (lees: lezer), normaal gezien geeft NTGent altijd een live inleiding voor aanvang van de voorstelling. Helaas kan deze door de u wel zeker wetende reden niet doorgaan. Maar, natuurlijk willen wij u een inleiding niet ontzien. Daarom hebben wij gezocht naar alternatieven, wat zich heeft geuit in de vorm van een podcast. In deze podcast ga ik het gesprek aan met Peter en Oscar, de makers van de voorstelling. Ik ga proberen om meer achtergrond te krijgen van hun ideeën en samenwerking. Waarom deze voorstelling, waarop is het gebaseerd, hoe zijn ze aan de slag gegaan, wat willen ze vertellen? Allerlei vragen waar Peter en Oscar een antwoord op gaan proberen geven. Het is maandag 21 september 14u wanneer ik aankom in theater Arca, de speelplek maar ook de repetitieplek van de voorstelling. De makers zijn samen met de dramaturge en de regie-assistente de tekst van de voorstelling aan het vertalen naar het Engels. Wanneer ze klaar zijn, gaan we naar de loge om ons gesprek te starten. We plaatsen drie stoeltjes in een grote driehoek op anderhalve meter, ons mondmasker mag nu eindelijk af.

A: Dag Peter en Oscar, ik ga direct met de deur in huis vallen: hoe is jullie samenwerking tot stand gekomen? En daar op aansluitend: vanwaar het idee voor deze voorstelling?

P: We kenden elkaar al vaag, maar we hebben elkaar echt leren kennen bij NTGent omdat we samen in een voorstelling zaten van Luk Perceval, Front, daar speelden we alle twee in mee. Dat was een voorstelling over de eerste wereldoorlog, die heeft heel veel gespeeld en heel veel internationaal getourd. Dus wij hebben gedurende twee jaar ofzo nogal veel met elkaar opgetrokken, en zo hebben we elkaar leren kennen. En het is ook tijdens die periode dat ik Oscar een boek cadeau heb gedaan, namelijk ‘The interrogative Mood’ van Padgett Powell. En een paar jaar later is Oscar teruggekomen op dat cadeau dat ik hem gegeven heb, en is het idee ontstaan om een voorstelling te maken gepuurd uit het boek.

O: Ja, want jij hebt dat boek gewoon gegeven als cadeau, en ik had dat boek ook nog twee jaar laten liggen ofzo voordat ik dat daadwerkelijk had gelezen, en toen ik dat had gelezen dacht ik ‘dit zou interessant kunnen zijn’. En dan…

Peter Seynaeve Web

Peter onderbreekt Oscar.

P: Ja, dan stond Oscar bij mij op de stoep met de vraag van: ‘weet je nog, dat boek dat je mij twee jaar geleden gegeven hebt’ – ik wist het eigenlijk niet meer – maar, toen kwam het terug, en toen ben ik het boek ook terug gaan lezen vanuit ‘kunnen we hier een voorstelling mee maken of niet’, en dan zijn we eigenlijk samen aan de slag gegaan en dan hebben we dat idee op tafel gelegd bij NTGent en die waren enthousiast. Dan zijn wij, maar dat is ondertussen al twee jaar geleden ofzo, aan de slag gegaan en eerst gaan uitzoeken ‘hoe bewerken we dat boek’, ‘hoe geven we dat vorm’, ‘wordt dat een monoloog, wordt dat een dialoog, wordt dat een spreekkoor’? Het boek bestaat alleen maar uit vragen, dus dat is een boek waarin elke zin in de vraagvorm geschreven is. En op die manier ontstaat er wel een personage dat u toespreekt in dat boek, want die vragen verraden wel een geschiedenis of een gedachtewereld van een persoon. Maar,  dat is de enige manier waarop je die persoon leert kennen, en dat is eigenlijk ook de enige manier waarop je een biografie zou kunnen vermoeden van het hoofdpersonage. Dan zijn we dus gaan nadenken: ‘hoe maken we daar theater van?’, en dan waren we er eigenlijk al vrij snel uit dat het een monoloog moest worden omdat het duidelijk ook een levensverhaal is van een personage dat je vermoedt in die vragen.

A: Ze praten over het boek ‘The interrogative Mood’ van Padgett Powell. Hier is een beknopte samenvatting van hoe het boek tot stand is gekomen: Hij kreeg een mailtje van een collega met allemaal laatdunkende vragen over een project. Hij wist totaal niet wat hij moest antwoorden.  De dag erna begon hij te antwoorden. Hij begon te antwoorden met allemaal vragen, enkel en alleen vragen. Hierdoor kreeg hij een esthetische ervaring waardoor hij twee jaar lang is blijven schrijven van vragen. Daaruit is het boek ontstaan. Een boek vol vragen.

O: Het is wel niet zo dat het boek, als je het drie keer hebt gelezen, zich plots openbaart en dan denkt van: ‘ah, hier gaat het over en dus dit is de vorm die we moeten vinden om het verhaal te vertellen’. Dus dat bleef heel lang zoeken naar die antwoorden.

P: Het is niet echt een verhaal, het is meer een gedachtegang van een persoon, en in die gedachtegang kan je vermoeden waar die persoon allemaal mee bezig is. En zo proberen we het te vertalen naar theater. Er wordt dus geen verhaal verteld, maar er zit een man op scène die zich vragen stelt. Zichzelf, maar ook het publiek, maar ook God, of de wereld in vraag stelt.

Img 5745 Druk C Michiel Devijver

O: Door de vraagstelling citeert hij mensen die hij ooit is tegengekomen. Het zouden herinneringen kunnen zijn van vroeger, gesprekken met mensen, enzoverder. Maar toen we eraan begonnen, wisten we heel erg ‘dit heeft potentie’, maar die vorm zelf was echt heel open. We hebben heel veel uitgezocht tijdens het repeteren op de vloer. Ik kan me repetities herinneren waar we zeiden van ‘nee, dit is geen theatertekst, dit gaat niet lukken, dit gaat niet, dit is onmogelijk’, en dan een half uur later nog eens proberen en plots: ‘jawel, dit is super, dit is een geweldige tekst’. Dus wij zijn er ook wel bang van geweest ofzo, van ‘wat is dit?’. We zoeken wel naar een bepaalde vorm om dat elke avond te kunnen doen en elke avond betekenisvol te laten zijn. Je kunt niet denken van ‘we zien wel’. Er ontstaat wel een verhaal of een algemene sfeer, of een soort van bodem waar dat je elke keer van vertrekt. In die zin denk ik dat we heel goed weten welke vorm we hanteren en welke vorm dat we niet willen hanteren. Maar, ik heb zelden met zo’n materiaal geconfronteerd geweest waar de opties op het eerste zicht zo groot lijken. Er is zo’n zoektocht geweest om sfeer te creëren om die vragen betekenisvol te kunnen laten zijn en dat het niet een soort van vormexperiment of een radicale performance wordt waar we zeggen ‘we weten het ook niet en stellen gewoon 500 vragen en doe er maar mee wat dat je wil’ ofzo.

Ik ben heel blij dat het dat niet geworden is en dat het eigenlijk, voor ons, voor mij als speler nu, een heel evidente tekst is geworden, een heel logische tekst met een heel duidelijke grondstroom met daarin een groot organisch gegeven. En niet van ‘oei, ik zit met 500 vragen die precies niets met elkaar te maken hebben en ik blijf maar gaan ofzo’. Nee, dat is ons wel geluk denk ik, om daar een coherente voorstelling van te maken.

A: Peter en Oscar hebben het boek naar een monoloog vertaald. Ze zijn beide makers van de voorstelling, maar enkel Oscar speelt. Ik vroeg me af waarom die beslissing genomen is.

P
: Ja, omdat Oscar het zag zitten om dat vanbuiten te leren en om dat te spelen en dat ik heel gefascineerd ben door het materiaal maar niet meteen de reflex had van ‘ik wil dat spelen’. En ik denk echt dat ik drie keer zoveel tijd nodig gehad zou hebben als Oscar om dat in mijn hoofd te krijgen. Ja, dat is ook de reden waarom ik het boek aan Oscar heb gegeven, ik denk omdat ik voelde dat dat boek Oscar heel hard zou aanspreken. Ik denk dat dat juist was en daarom was het ook evident eigenlijk dat Oscar het zou spelen en dat ik zou toekijken en helpen met het maken van de voorstelling. Bij het begin waren we nog niet helemaal zeker ‘wordt het wel een monoloog of niet’, maar dat was eigenlijk vrij snel duidelijk en dan was het even snel duidelijk dat Oscar het zou spelen.

O: Voor mij is het nu ook een manier, ik hoop dat het gaat lukken, maar dat het wel echt anders is dan andere voorstellingen van mij. Het is bijna een excuus soms -dat klinkt dan te oneerbiedig en zo wil ik het niet zeggen maar- om daar gewoon te kunnen zijn op die scène. Ik voel mij er heel goed bij dat ik uit die reflex kan komen om heel veel te bereiken met die tekst, of dat ik er een heel concrete bedoeling mee heb. Met deze vraag wil ik dit zeggen aan die persoon, met die vraag wil ik dat zeggen, dat valt weg. Het wordt eigenlijk een heel aangename plek om te zijn, die scène, en ook een aangenaam moment om dat samen met andere mensen te beleven en niet zozeer in hoe dat toch vaak is op een scène, dat je een prestatie moet leveren en dat je iets wil bewerkstelligen. Dat is natuurlijk ook allemaal zo nu, maar het niet dwingende kader van de vragen maakt de voorstelling heel vrij omdat het niet duidelijk hoeft te zijn waar de tekst naartoe gaat. Dat is wat ik meteen heb gevoeld, dat vond ik een heel aanterekkelijk idee.

A: Ze vertellen ook over het belang van de vraagstukken in de voorstelling, én over het belang van na te denken over een antwoord in plaats van het direct te willen weten. En dan ook vooral: om tijd te nemen om een antwoord te formuleren, ook in het dagelijkse leven.

Oscar Van Rompay Web

O: Wat je voelt hé, bij mensen tegenwoordig en misschien wel bij mijn generatie en onder ons, dat die… Er zijn zoveel complexe problemen die zich afspelen op wereldvlak. We zijn heel goed geïnformeerd, maar voor elke mening is er ook een gefundeerde tegenmening te vinden. Dat mensen het vaak moeilijk hebben om een duidelijk standpunt te kiezen. Te zeggen ‘hier sta ik voor’, omdat je daar heel gemakkelijk op aangevallen kan worden. En dat maakt soms het gesprek heel moeilijk. Dat is de reden dat mensen terughoudend en voorzichtig worden en daardoor begint het denkproces te haperen. En doordat je vragen kan stellen, en niet zegt ‘ik vind dit’ of ‘we moeten dit’, maar altijd ‘zouden we moeten’ of ‘zouden we dat’, komt er plots heel veel zuurstof vrij en kan je helderder denken met minder angst en dat is heel fijn. Ik denk dat we dat ook doen met de voorstelling, want veel van die vragen zijn geen bijzondere vragen waar je nog nooit van hebt gehoord, waarvan je denkt ‘waar komt die vraag vandaan?’. Er zitten ook hele normale vragen tussen die je wél al vaak gehoord hebt. Maar ik denk dat wij wel een ruimte scheppen of een momentum scheppen om die vragen echt tot u te laten komen. Te denken ‘ah, ja, dat heeft wel zin om daarover na te denken’ ofzo.

P: Wat ik zo boeiend vind aan de vraagvorm, is dat dat van alle vormen in de taal of zoiets, de vraagvorm het dichtst bij de materie komt die nog niet bewerkt is. Het is nog niet iets. Het is een vraag. Alsof het nog klei is die nog geboetseerd moet worden. Zinnen met een uitroepteken of een punt die zijn al veel meer iets dan een vraag, en dat vind ik er zo boeiend aan, dat het nog open blijft. Wat Oscar net zegt ook om te spelen, dat het eigenlijk materie is die je aanbiedt veel meer dan meningen.

A: Is het dan ook een acceptatie tot het niet weten van de vraag, gaat het daar ook naartoe?

P: Ja, dat denk ik wel. Dat je niet meteen een mening hoeft te hebben, of een opiniestuk hoeft te schrijven of weet ik wat. Dat je gewoon even de vraag kunt laten bestaan, en misschien zelfs langer dan even, vooraleer je meteen het antwoord moet hebben. Het is eigenlijk ook een pleidooi om tijd te nemen om te antwoorden. Om die ruimte te nemen om soms zelfs geen antwoord te hebben, dat dat ook goed is.

O: Nu moet ik denken aan als je mediteert, wat ik soms doe, die gedachten die passeren in je hoofd, dat je die waarneemt, dat je je daarvan bewust bent, maar dat je vervolgens kiest om niet op die trein te springen en niet verder die gedachten aan te gaan, dat je die laat voor wat die is. En dat is eigenlijk ook wat dat er op een bepaalde manier met die vragen gebeurt, denk ik, er zijn er te veel en ze komen te snel om ze te kunnen beantwoorden. Wat frustrerend kan zijn en een opgejaagd gevoel kan geven, maar waar je je ook aan kan overgeven en dan worden al die vraagtekens waar dat mensen graag willen op antwoorden, minder een probleem en meer een aanduiding van dingen zoals ze zijn. Dus, in die zin, denk ik dat die twee dingen er in zitten: het neurotische en het gevecht met al die vragen, het geen controle hebben, maar ook ergens die aanvaarding van ik zeg nu 500 vragen, maar er zijn er oneindig want we kunnen zo uren doorgaan als het moet.

P: Ik vind dat altijd heel emotioneel eigenlijk, die vragen, of die hoeveelheid – ik weet niet juist wat het is, maar het raakt mij altijd. Ik heb het al heel vaak gehoord en gelezen, en aan de tekst gewerkt en toch raakt het mij altijd opnieuw. Omdat het iets heel existentieel raakt. En dan denk ik van ‘ja, we worden allemaal op de wereld geworpen en dan moeten we het leven leiden en eigenlijk weten we allemaal niet goed hoe we dat moeten doen. En dan hebben we wel lessen gekregen van ons leraren en onze ouders en van de geschiedenis maar terzelfdertijd blijven we dezelfde fouten maken… Enfin, er is geen handleiding hoe je ’t moet doen in het leven of zoiets. Die oceaan van vragen is voor mij een beetje een metafoor voor hoe hulpeloos we eigenlijk allemaal zijn en hoe we allemaal ons best proberen te doen om een zo fijn mogelijk leven te leiden. Ja, en ik word ook altijd een beetje week door deze tekst omdat deze voor mij ook gaat over ‘los het op, hé’.

O: En omdat dat iets is dat we dan samen doen. Normaal zit je daar heel erg alleen in, met die dingen en is er een bepaalde structuur, een bepaalde vorm waarvan je denkt ‘zo gaan mensen met elkaar om’, ‘dit is mijn job’, ‘een familie heeft een vorm’, maar vaak, als je alleen bent, dan kan je denken ‘wat voor raar leven leid ik’, of ‘hoe komt dat’ of ‘moet ik dit wel of moet ik geen andere vorm kiezen’, en dat zijn vaak moeilijke dingen om te delen. Hier, in onze voorstelling, is er echt een vorm met mooie zinnen die dat gevoel uitten van dat we dat samen kunnen beleven.

Ik zeg het, het blijft voor mij ook een sessie ofzo, we doen er iets mee, en niet van ‘ah, ik ga de voorstelling nu doen en we moeten over deze lat springen en hier moeten we zien dat we dat puntje afvinken’. Dat is natuurlijk altijd zo in een werkproces, ergens moet je een houvast zoeken, maar op dat punt waar we nu zijn, heb ik het gevoel van ‘we doen het nog eens met mensen’, zodat je samenkomt voor een feestje ofzo. Dan zeg je ook niet ‘we moeten dat halen’, ‘we moeten dit’. Wat ik heel fijn vind aan die vragen, is dat ik kan beslissen of dat de avond of het moment me zo leidt dat zes zinnen eigenlijk zes grappen zijn en dat de mensen in de zaal lachen, of zes zinnen waar dat ik stapje per stapje meer naar de essentie ga en zeg van ‘waarom sta ik hier op dit moment’.

A: Tot slot spreken we over de vorm van de voorstelling, en wat hun inspiratiebronnen daarvoor zijn.

Img 5673 Druk C Michiel Devijver

P: Je wordt gesmeten in de wereld, je valt in de wereld, en dan moet je het maar doen. En toen moest ik heel erg denken aan de begingeneriek van Mr. Bean, daar heb je zo’n volgspot op straat en dan valt Mr. Bean ‘bang’ op de wereld en dan begint aflevering 312. Ja, ik vond dat een heel mooi beeld: ‘we zijn allemaal geworpen in de wereld’. Uiteindelijk zijn we op zoek gegaan naar een heel eenvoudige vorm en dat is een beetje daar op gebaseerd. Het is ook gebaseerd op, ik was ooit op vakantie in Indonesië, en daar zag ik een traditionele dansvoorstelling, en dat begon met een man die op kwam met een tapijtje onder zijn arm. Hij rolde dat tapijtje uit en die begon aan een soort van traditionele dans. En ik vond dat fantastisch dat die dus zijn eigen podium onder zijn arm had. Dat tapijtje werd plots een podium. Op het einde rolde hij dat op en was hij terug weg. En die twee dingen samen, dat beeld uit Indonesië én Mr. Bean die in een volgspot op de aarde wordt geworpen, dat is een beetje hoe de vorm van de voorstelling ontstaan is.

A: We hebben het over de scenografie. Het lichtontwerp werd verzorgd door Mark Van Denesse en het geluid door Liesa Van der Aa. De ontwerpen en het gebruik ervan zijn eerder minimalistisch. Peter en Oscar vertellen waarom het zo geworden is.

O: Die repetitie waar ik zeg van dat we op één dag denken van ‘dit is niets’ en de volgende denken van ‘wauw, dit is wél iets’. Dat je vanuit een gevoel een hele wereld kunt oproepen, dat is eigenlijk het sterkste als je dus niet teveel die wereld gaat invullen, en hoe meer grote ingrepen er kwamen in de vormgeving, in hoe het eruit zag, in kostuum of in het licht of in muziek, hoe meer dat ik het gevoel had dat ik daar ondergeschikt aan was en dat er al iets bestond waar dat ik me aan moest conformeren. Zoals Peter daarstraks zei, het is materie die nog niet klaar is, dan moet je dus niet te veel keuzes maken, en dan moet je al die mogelijkheden open houden.

Het fijne is nu dat je het gevoel hebt dat je op een halve milliseconde, met een beweging van een pink bij wijze van spreken, een andere afslag kan pakken en in die wereld zit omdat jij op dat moment zin had om daar naartoe te gaan. En dat het licht je dan niet tegenwerkt en in een andere richting duwt. Dat je toch denkt, ‘ja, het is nu niet het moment, dus ik moet nu die kant op’. En dat is wat we benoemen als het gaat over die vrijheid, dus ik denk dat we daar elke keer weer op uit kwamen, dat het minimalistisch en klein moest blijven in de vormgeving.

P: In ons vooronderzoek hebben we ooit een paar vragen zelf opgeschreven en één van die vragen was ‘Ben je bereid om je verbeelding in de handen van een acteur te leggen?’. Dat is ook wat we willen doen met de voorstelling. Oscar bepaalt je verbeelding. Niet een decor, niet een rookmachine, niet een soundscape, niet een…. De woorden van Oscar en hoe dat hij ze uitspreekt, dat moet de fantasie van het publiek in gang zetten. En zo simpel willen we het houden, dus hebben we alle theatereffecten eigenlijk achterwege gelaten, en is het decor gewoon een wit tapijt en één lichtstand er op. En: that’s it.

A: Super, ik wens jullie veel succes alleszins.

Dit was de inleiding van de voorstelling just asking. Bedankt om te luisteren (lees: lezen).