Lara Staal 05

Openingstekst uit de Staat van het Geloof

| 13 February 2019
Ik ben katholiek gedoopt maar nooit gelovig opgevoed. Ik weet belachelijk weinig van de bijbel. Maar hoewel ik me in mijn leven niet uitgesproken bezig heb gehouden met religie - en regelmatig weerstand voel bij de new-age trends om mij heen - voel ik niettemin een grote noodzaak een gesprek over geloof te initiëren.

Religie vormt een kernthema in huidige debatten, maar het gesprek lijkt altijd weer in dezelfde groeven te vervallen. Zogenaamde uitgesproken atheïsten worden tegenover gelovigen geplaatst. Religie moet zich voortdurend verdedigen tegenover de aanval dat geloof hiërarchisch, repressief en gevaarlijk is. Zelden wordt de moeite genomen ‘religie’ te definiëren of over de intrinsieke drijfveren van gelovigen te spreken. We denken allemaal dat we er wel een beeld bij hebben. Maar mij bekruipt het gevoel dat we - zolang we geen ruimtes creëren waarin we gelovigen zonder aanval de tijd geven werkelijk over geloof te spreken - altijd in de vooroordelen en mythes over geloof zullen blijven hangen. En mijn indruk is dat we dat risico niet langer kunnen nemen. Er staat simpelweg te veel op het spel.

Hardnekkige Frames

Sinds 9/11 hebben we te maken met de internationale ‘war on terror’ en toenemende Islamofobie. De aanhoudende onderdrukking van Palestina en de westerse steun aan Israël zorgen voor blijvende spanningen tussen joodse en islamitische gemeenschappen. De onlangs verschenen Nashville verklaring - waarin homoseksuelen en de LGBTQ gemeenschap wordt ontzegd vorm te geven aan hun seksuele identiteit en voorkeur - werd in Nederland positief onthaald door de Staatkundig Gereformeerde Partij. In Vlaanderen bleef het stiller rondom de verklaring, alhoewel filosoof en opiniemaker Othman El Hammouchi de kans schoon zag de felle kritiek op de ondertekenaars van de Nashville verklaring als een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting te bestempelen.

De angst voor Islamitisch terrorisme en de opkomst van het populisme heeft een wonderlijke dichotomie gecreëerd. Politiek rechts presenteert zich graag als de ridders van het vrije woord, als de ware afgezanten van het verlichte humanistische Europa dat ervoor zal waken dat moslims, migranten en iedereen met zogenaamde niet-Europese waarden ons continent zal bevlekken. Plots zijn linkse traditionele waarden als de vrijheid voor ieders identiteit en

seksuele voorkeur het paradepaardje van rechts geworden. Links zelf is het mikpunt van spot; verraders bezeten van oikofobie, oftewel ‘haat tegen het eigene’ en daarom te slap om heldere grenzen aan ‘andersdenkenden’ te geven die zogenaamd ‘onze normen en waarden’ zouden bedreigen. Er is een mythe ontstaan over de ware identiteit van Europa dat wit, seculier en humanistisch zou zijn. Maar dit ontkent volledig hoe groot het belang van diverse religies voor Europa is geweest – en nog steeds is.

En hoewel linkse weldenkenden dit allemaal doorzien vraag ik me soms af of we wel voldoende doorhebben hoe diep deze hardnekkige frames in de taal van alledag doordrongen zijn. Klakkeloos wordt er in de media over ‘terroristen’ gesproken zonder te definiëren wat we hier precies mee bedoelen. Vluchtelingen worden ‘illegalen’, moslims ‘extremisten’… Religie lijkt een geliefd argument te zijn geworden om een aanzienlijk deel van onze samenleving structureel te diskwalificeren.

En niet alleen binnen rechts zet men de strijd tegen geloof onvermoeibaar voort. Ook de linkse oudere generatie heeft vaak moeite om, na hun eigen strijd tegen religie en gevecht voor seksuele vrijheid en ontplooiing van het individu, een nieuwe openheid te ontwikkelen naar huidige gelovigen. Hun verzet tegen de macht van de religieuze instituten is een ongemakkelijk huwelijk aangegaan met het rechtse populisme dat een openlijke aanval tegen religie en specifieker de Islam is begonnen. Het was meer dan opvallend hoe stil Geert Wilders was toen in Nederland de Nashville verklaring gretig ondertekend werd.

Al deze tendensen zorgen voor een samenleving waarin de algemene teneur is dat wetenschap en religie onverenigbaar zijn, religie het individu onderdrukt, gelovigen een gevaar zijn voor de vooruitgang en religieuze gemeenschappen er uiteindelijk allemaal op uit zijn anderen te bekeren.

Animal fictionale

Filosofe Patricia de Martelaere maakt in een van haar essays een vergelijking tussen kunst, religie en liefde. Wat deze met elkaar gemeen hebben is dat ze alle drie imaginair zijn. Dat wil niet zeggen dat ze niet bestaan, maar dat ze allemaal met verbeelding te maken hebben. De mens is een animal fictionale en 80% van wat we doen heeft meer met betekenis, overtuiging en geloof te maken dan met concrete materiële waarden. De schrijver Yuval Noah Harari legt dat helder uit in het populaire boek Sapiens. Wat ons wellicht het meest van dieren onderscheid is onze capaciteit samen te werken op basis van abstracte concepten zoals de

natiestaat, de Volvo fabriek of een politieke partij. Het land Frankrijk, het bedrijf Volvo of een politieke partij zijn geen zichtbare materiële entiteiten. We creëren die in ons hoofd en door ons handelen bevestigen we dagelijks opnieuw hun bestaan.

Kortom, we denken onszelf graag als rationele wezens maar als we goed kijken, zijn er maar weinig dingen die we doen die met louter concrete objectieve zaken te maken hebben. We worden gedreven door betekenis, niet door objectieve kwaliteiten. Toch hebben we de neiging onze keuze voor een geliefde rationeel te beargumenteren en kunstwerken zouden we soms het liefst één kwaliteitsstempel willen meegeven. Maar iedere keer opnieuw moeten we constateren dat een kunstwerk, een geliefde of God een uitwisseling met het subject aangaat en dat deze relatie zelden dezelfde uitkomst genereert. Het is de verbeelding die maakt dat we geraakt worden, niet de wetenschappelijke verklaring over of de liefde, God of kunst wel bestaat.

Het verschil tussen gelovigen en zogenaamde niet-gelovigen is dus misschien wel niet zo groot als we denken. We hoeven maar naar de bankencrisis te kijken om te zien hoeveel dat met geloof te maken heeft. Wereldwijd hebben we gezien hoe wanbeleid een economische crisis veroorzaakte. De markt speculeerde erop los, verstrekte onmogelijke leningen en vergrootte de kloof tussen arm en rijk. Tot zover de kracht van de onzichtbare hand… Toch is het ruim 10 jaar na de crisis alsof er nauwelijks iets veranderd is. Nog steeds denken we in het best mogelijke systeem leven, al zien we overal hoe het kapitalisme de aarde uitput en slechts elites verrijkt en de armoede vergroot. Als dat geen hardnekkig geloof is dan weet ik het ook niet meer.

Religieus verzet

Het kapitalisme toont dus aan hoe dat net zo goed gestoeld is op het geloof in abstracte entiteiten. Opvallend is hoe juist religieuze gemeenschappen zich tegen de verleidingen van het marktdenken hebben weten te verzetten. Binnen de dominantie van de geïndividualiseerde samenleving beschikken juist gelovigen vaak over een moreel kompas dat zich politiek weet te engageren. Zo kwam er een week geleden een einde aan de ruim drie maanden lange 24-uurs dienst in de protestante Bethel Kerk in Den Haag. De Algemene wet op het binnentreden schrijft voor dat de politie en andere overheidsinstanties de kerk niet binnen mogen komen als er een dienst gaande is. Zo kon voorkomen worden dat het Armeense gezin Tamrazyan gedwongen zou worden uitgezet. Het kerkasiel telde na een maand al 350 verschillende voorgangers, 1.500 bezoekers, 14 coördinatoren en versleet twee paaskaarsen.

In 2014 besloot het Europees Comité voor Sociale Rechten de aanklacht van de Protestantse Kerk in Nederland te honoreren. Ze verplichtte de Nederlandse overheid iedereen te voorzien van voedsel, kleding en onderdak, ook uitgeprocedeerde asielzoekers.

Ook in Vlaanderen spelen de kerken tot op de dag van vandaag een grote rol als het gaat om het opvangen van vluchtelingen. Denk aan de priester Fernand Maréchal uit Zeebrugge die zelfs onder doodsbedreigingen nog doorging met het bieden van hulp aan transmigranten die de oversteek naar Groot-Brittannië willen maken. En als het gaat om opvang voor minderbedeelden in het algemeen zijn het nog altijd de religieuze instellingen die zorgdragen voor daklozen, voedsel uitdelen en activiteiten organiseren voor mensen die anders buiten de boot dreigen te vallen.

In Rotterdam organiseerde de door de Islam geïnspireerde NIDA partij een anti-campagne als reactie op de slogan van de liberale VVD partij, die luidde: ‘In Rotterdam spreken we Nederlands'. NIDA antwoordde door middel van posters met de zin ‘In Rotterdam spreken we meer dan 100 talen’. En in Gent werd onlangs de bekende imam Khalid Benhaddou bekroond met de Belgische Prijs voor de Mensenrechten.

Democratisch engagement Zodus, in plaats van de nadruk te leggen op het geweld dat in de naam van religie wordt uitgevoerd, zouden we ook kunnen kijken naar het politieke engagement dat gelovige gemeenschappen regelmatig aan de dag leggen. Het zogenaamde verlichte Europa heeft met name een hyper geïndividualiseerde, gefragmenteerde samenleving voortgebracht dat als gemene deler vooral nog de taal van het geld spreekt. Het is het mens gecentraliseerde wereldbeeld dat op zijn einde loopt. De jongeren in Vlaanderen tonen ons dat de afgelopen tijd wekelijks. Andere entiteiten buiten de belangen van de mens moeten in acht genomen worden. We moeten constateren dat het de gelovigen zijn die in een vluchteling allereerst een medemens te herkennen en dat het de paus is die een radicale visie aan de dag legt als het gaat om ecologie en kapitalisme-kritiek.

Op 5 februari namen zes sprekers het woord in het Arca theater van NTGent die allen lieten zien dat religie ook een inspiratiebron kan zijn voor progressieve waarden: rabbijn Marianne van Praag, ex-rapper, forensisch behandelaar en moslim Abid Tounssi, woordvoerder van de Britse Nation of Islam Minister Abdul Hakeem, de Bisschop van Gent: Luc Van Looy, de hindoestaanse schrijfster Shantie Singh en islamitisch mensenrechtenactiviste Nawal Mustafa.

Na hun individuele bijdragen gingen ze in dialoog met elkaar en de meer dan 100 aanwezigen. Een diepgaand publieksgesprek met enkele scherpe debatmomenten waren daarvan het gevolg. Zonder met eenduidige waarheden te eindigen werd duidelijk dat religie en wetenschap, geloof en feminisme, spiritualiteit en politieke engagementen elkaar geenszins hoeven uit te sluiten.

Democratie betekent leven op basis van verschillen. In plaats van de voortdurende focus op het belang van vrijheid van meningsuiting zouden we ons misschien vaker moeten oefenen in het inleven in de positie van de ander.

Lara Staal

**

Deze tekst is een lichte bewerking van Lara Staals openingsreflectie in het tweede deel van haar serie publieksbijeenkomsten over Waarheid, Geloof, Schoonheid, Rechtvaardigheid en Trots bij NTGent.