Notities bij een zelfuitdrijving - Mathijs Tratsaert

| 17 April 2019
Naar aanleiding van de boekvoorstelling van Fabian Scheidler en het debat omtrent 'Het einde van de Megamachine' nodigden we dichter Mathijs Tratsaert uit. Waar auteur Fabian Scheidler hoofdzakelijk over het grote historische verhaal schrijft, spreekt de dichter over de individuen die dat verhaal leven en geleefd hebben. Hij gaat na welk soort 'zelf' of subjectiviteit de machine produceert en probeert dat 'zelf' (dat ook het zijne is) in deze reeks te verdrijven.

Notities bij een zelfuitdrijving

1.

Vandaag 1304 kcal. verbrand, gemiddelde hartslag 96 bpm. De eenduidige schoonheid
ervan – gewoon ik: de mooiste sneeuwman die ooit bestond / was die van Michelangelo
in de tuin van het paleis van Piero de’ Medici. 12036 stappen gezet. Een droom over een
warenhuis dat niets te maken heeft met de film The Mist (2007), maar nu wel. Het hoofd
144 keer op de rechterhand laten rusten. What time did you get up today? Ik slaap het best
bij 18,6 graden. Ik voel me goed tot heel goed en dit mag iedereen weten.

2.

2019, de smoking guns blazen de kamer vol rook. 2823 kcal. in me opgenomen. Niet
anders kunnen dan met dierlijke vanzelfsprekendheid zeggen: ‘ik’. Ik geloof in het
kappersbezoek, de nieuwe huidcrème en de dagelijkse dosis vitamine D. Tien minuten
naar het praatje van mijn eigen adem geluisterd, bengelend aan het eind van een causale
keten die niet hard te maken valt. Daar wacht ik op mijn uithuwelijking door het
algoritme.

3.

15u15. Langzaam mijn eigen labrat aan het worden. De onderlinge inwisselbaarheid van
de woorden vrij en gevangen nu de verbanden duidelijk worden. 25 cl. Arabicakoffie, 100
gr. havermout, ca. 150 ml. volle yoghurt, negentien blauwe druiven, een halve banaan. Ik 
wil mijn eigen ratje wel zijn. Altijd maar praten over experiment in de poëzie. Al 187 keer
naar mijn smartphone gegrepen. Bloedsuikerspiegel volstrekt normaal. Ik weet niet hoe
lang het zelfreflecterende zelf nog blijft bestaan. Het rare is dat mijn darmflora de auteur
is van dit gedicht.

 4.

De karavaan van de evolutionaire geschiedenis trekt door het lichaam. De karavaan steekt
de gecontesteerde grenzen van het woord gen over. De karavaan trekt verder in betwist
gebied en wordt een karavaan van het historisch trauma. De karavaan van het historisch
trauma trekt door het lichaam. De nacht valt over de karavaan. Noodgedwongen worden
de tenten opgezet. De nacht is een holte in het hoofd van het lichaam. De karavaan
ontwaakt uit de nacht als een karavaan van de neurochemie. De karavaan van de
neurochemie trekt door het lichaam. Het lichaam trekt mee met de karavaan.
Alle lichamen trekken mee met de karavaan.

5.

Mijn stem is een speelplaats van stemmen – schaafwonde, godcomplex, de ruilkaarthandel
die de echte leerschool bleek. Wie ben je toch, kleine jongen die nu zijn tanden nog bloot
durft lachen? Een gelijkzijdige driehoek heeft drie gelijke hoeken, de Tweede
Wereldoorlog begon op 1 september 1939 en alles is een vlinder.

6.

Engelachtig datawezen in de grote migratiestroom van ik naar ik, doorzichtige zwaluw,
lievelingsvoorspelling van de vogelwichelaar. Mijn schedel een platonische grot maar
niemand om te ontsnappen. Ik ben een ontmoeting van vreemden in Uruk en Lagash, een
bergketen van stresspieken in de buiken van onze moeders. Ik hou van je omdat we op
elkaar lijken, en op het visdier Tiktaalik.

- Mathijs Tratsaert, naar aanleiding van 'Het einde van de Megamachine' - F. Scheidler