Rene Polleschschwarz Weiss

"Om te denken heb ik iemand nodig": eerbetoon aan overleden René Pollesch

| 27 February 2024
Totaal onverwacht overleed maandag René Pollesch, intendant van de Volksbühne in Berlijn en een zeer invloedrijke toneelschrijver en regisseur. Pollesch schreef tijdens de coronapandemie een prachtige tekst voor het 'Why Theatre?'-boek van NTGent. Als eerbetoon aan de man publiceren we die hieronder.

De gangbare vraag is waarom iets niet meer werkt. Maar de echte vraag is: ‘Waarom heeft het ooit gewerkt?’ Alles wat ons is nagelaten, is volkomen onbegrijpelijk voor ons. Ik merk dat aan de kleurenfilms van de jaren 1930, waar mensen elkaar nog steeds aanraken alsof ze opgesloten zitten in een onbegrijpelijk klassiek toneelstuk.

Als twee mensen samen op een podium staan, zie ik er, zoals in ondertitelde films, altijd de woorden ’Dit is een klassieker’ onder. Net zoals bij tv-shows die voor de coronacrisis werden opgenomen, altijd ‘Dit is een opname’ op het scherm verschijnt wanneer mensen ongewoon dicht bij elkaar komen. Wellicht ook vanwege het Werther-effect dat op de loer ligt: om zichzelf te beschermen als het getoonde gedrag mimetische nabootsers ontmoet. Sarah Waterfeld vestigde onlangs mijn aandacht op het feit dat door het Werther-effect de mediavereniging het grotendeels eens is dat er geen melding moet worden gemaakt van zelfmoorden, of alleen in extreme gevallen. Ze worden grotendeels doodgezwegen.

Maar laten we terugkeren naar de twee mensen die samen op een podium staan en naar de klassiekers. Ergens stond dat Shakespeare Lear schreef ten tijde van de pest. Maar volgens mij is het veeleer denkbaar, en ik zou het kunnen bewijzen, dat het om The Passionate Pilgrim en The Phoenix and the Turtle ging. Er zijn mensen die aannemen dat toneelschrijvers hun toneelstukken alleen of geïsoleerd zouden kunnen schrijven. Wat mij stoort aan dergelijke toneelstukken, is dat ze lezen alsof er geen actrices of acteurs bij betrokken zijn (laat staan de geadresseerden) – wat helaas het geval is met de meeste toneelstukken die als tekst beschikbaar zijn. Het grootste wapenfeit voor mij als toneelschrijver is dat ik vol vertrouwen elke assumptie afwijs dat ik op dit moment toneelstukken zou schrijven. Ik ben blij dat ik heb achterhaald wat doorgaans van de actrice en de acteur wordt gedacht, namelijk dat ze niet alleen kunnen werken (wat zij veel gemakkelijker kunnen). Ik ben nergens geraakt door op mijn eentje te denken. Het is altijd slechts voelen. Alleen voel ik me altijd goed. Om te denken heb ik iemand nodig. Maar ik heb niemand nodig om te spreken. Dat is zo moeilijk om in te zien, omdat je altijd denkt: om te spreken heb je twee, NEE! om te denken heb je twee of drie of vier… mensen nodig. Om te spreken, als je er al in slaagt, heb je maar één iemand nodig. Nergens wordt dit zo duidelijk als in het theater, misschien ook wel in een seminarielokaal: dat iemand vooraan op zijn eentje spreekt, maar dat hij of zij niet denkt. In het theater begint het denken pas als er een tweede of derde persoon binnenkomt. Spreken doe je alleen.

Ooit woonde ik met iemand samen in een gedeeld appartement. We konden het goed met elkaar vinden, maar hadden elkaar niet veel te zeggen. En dat was niet zo erg. Maar soms, en net toen ik bijvoorbeeld mijn tanden poetste, kwam hij binnen en knoopte hij met mij een gesprek aan. Altijd op momenten dat dat helemaal niet mogelijk was. Zelfs wanneer ik bijvoorbeeld bij de elektrische koffiemolen stond en de knop indrukte, kwam hij en wilde hij een gesprek beginnen. Dus net wanneer de koffiemolen een oorverdovend geluid maakte, kwam hij met me praten. En ik verstond hem niet, uiteraard niet. En hij deed het niet expres. Ik denk niet dat hij het zelf besefte. Maar voor mij was het een troostende gedachte dat dit geen gesprek kon zijn. Terwijl ik mijn tanden poetste, kon ik uiteraard niet antwoorden of hem horen. En de vijfde keer dat hij kwam terwijl ik mijn tanden poetste, dacht ik: hij maakt een grapje, waarom uitgerekend nu? En op een gegeven moment merkte ik dat hij praatte zonder rekening te moeten houden met een gesprek, en volgens mij werd op die momenten echt iets gezegd. Als de koffiemolen aanstaat, is het duidelijk dat dit geen gesprek wordt en kan ik dus eindelijk beginnen praten. Ja, dat is het. Je moet een andere manier vinden om te praten. Dus als 200 tot 600 mensen in de aula hun tanden aan het poetsen zijn, dan is het mogelijk. Of als ze de knoppen van hun koffiemolen indrukken, dan kun je praten.

Alles wat je doet, is voor iemand anders. Dat is goed. In de echte wereld. In de politiek. Je wordt wakker voor iemand, je gaat naar bed voor iemand. Voor iemand van wie je houdt, bijvoorbeeld. Maar er is één plek waar je iets alleen voor jezelf doet, of iedereen doet het voor zichzelf, en waar je zelfs tegen andere mensen in andere plaatsen kunt zeggen: doe het voor jezelf. Ja, en NIET voor de liefde. Nu ja, je wordt in de gaten gehouden. Maar je doet het nog steeds voor jezelf. En dat is de truc.

© vertaling: Koen Van Caekenberghe

>>>

René Pollesch was een van de meest invloedrijke Duitse toneelauteurs en -regisseurs. Zijn stukken werden wereldwijd opgevoerd. Vanaf het seizoen 2021-2022 was Pollesch de artistieke directeur van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn. Op maandag 26 februari 2024 overleed hij onverwacht, enkele dagen na zijn laatste première. Hij werd 61 jaar. Deze tekst verscheen in het boek Why Theatre uit 2020.