Recensie Lam Gods - De Morgen: 'Onschuldig als een lammetje'

| 29 september 2018
Openingsvoorstelling NTGent blijft aan de oppervlakte. Lam Gods, de omstreden openingsproductie van Milo Rau bij NTGent, is… sympathiek. En dat is geen compliment.

Bij Milo Rau is het ‘theater’ altijd slechts het topje van de ijsberg. De voorstellingen zijn het voorlopige sluitstuk van een dieperliggende massa aan onderzoek, interviews, publiek debat; ze zijn niet los te zien van de gepubliceerde boeken en manifesten, ook niet van eventueel mediaschandaal. Alles is met alles verbonden, alles maakt deel uit van het ‘werk’. In het geval van Lam Gods bestaat dat werk er in de stad Gent te verbeelden als zichzelf – een kleine provinciestad – en tegelijk als iets groters: een universele plek waar mensen leven, sterven, liefhebben en elkaar geweld aandoen. Verbeelden, dat betekent: scheppen, niet tonen. Dat is altijd al het geheim van Milo Rau geweest: hij weet van theater een daad te maken.

Rau gebruikt het beroemde retabel van de gebroeders Van Eyck (1432), als kapstok voor zijn poging om deze/de stad vorm te geven. Wie zijn de Adam en Eva, wie de kruisvaarders, wie de pelgrims van vandaag, in Gent, maar ook in de wereld? Een leeg beeldscherm in de vorm van het altaarstuk vult de bühne, een processie aan figuranten zal voorbijkomen om het retabel paneel per paneel in te vullen. Ze vertellen op het podium een stukje van hun levensverhaal en transformeren dan via een eenvoudig rekwisiet – een mantel, een sluier – in hun personage op het scherm.

Een moeder van een vertrokken Syriëstrijder wordt zo Maria, een vluchteling die een kind meedroeg op zijn tocht uit Afghanistan de Heilige Kristoffel. De sfeer is gemoedelijk, zelfs in de omstreden passages over de strijders voor het geloof of het offer van het lam. Frank Focketyn en Chris Thys treden op als sympathieke gastheren. En op het einde: een glas voor iedereen.

Plaatjes invullen

Het vertellen is in 'Lam Gods' niet meer dan wat het is: het uitspreken van wat op script staat. Het opvoeren is niet het actief bezweren van de doden maar het invullen van plaatjes

Voor het gebruik (of misbruik?) van de intieme feiten uit het leven van zijn acteurs oogstte Rau eerder kritiek: ze zouden het instrument zijn van zijn artistieke ambitie. In eerdere voorstellingen was dat maar de helft van het verhaal. Ja, Rau gebruikt zijn acteurs, maar hij geeft ze ook een tweede kans, juist omwille van de eerste regel van zijn Manifest van Gent: theater moet een act zijn, geen vertoning. In het verpletterende La Reprise werd het re-enacten van de moord op de jonge homo Ihsane Jarfi een autonome daad, die de betrokkenen bevrijdde. Over iets spreken betekent ook: er grip op krijgen. Door het hervertellen van Jarfi’s verhaal op een manier die hen recht deed kregen alle betrokkenen de kans om een realiteit te scheppen waarin zij meester werden van hun verhaal, en het verhaal hen niet langer hoefde te domineren. Dat is de manier waarop een vertelling een gebeurtenis kan worden.

Maar wat is dat, een manier die ‘recht doet’ aan de verhalen van de acteurs? Het is moeilijk te traceren waarom het bij Lam Gods niet gebeurt – heeft het te maken met schaal, met tijd, met intimiteit, met de manier waarop de repetities zijn verlopen? – maar in ieder geval is de ervaring radicaal anders. Het vertellen is in Lam Gods niet meer dan wat het is: het uitspreken van wat op script staat. Het opvoeren is niet het actief bezweren van de doden maar het invullen van plaatjes, met de figuranten als zetstukken.

De prominente figuren in' Lam Gods' zijn wit en westers. En de 'uitsmijter' is een zwaktebod: too little, too late

Bij Rau moet het gebruik van de geënsceneerde werkelijkheid steeds een nieuwe waarheid opleveren. De kernvraag is dus: welke waarheid ontstaat in deze voorstelling over Gent, over het samenleven van mensen in deze stad? Ik blijf het antwoord schuldig. Ik zie mijn thuisstad gerepresenteerd zoals ik die ken: sympathiek, volks, wit, vol goede bedoelingen, een beetje onverschillig ook – want al wat onwelgevallig is en blijft verbannen naar de periferie.

Beleidsverklaring

Over die periferie valt trouwens nog iets te zeggen. Raus poëtica is die van het globaal realisme: een theater (-voorstelling, -instituut, -productiewijze) dat rekening houdt met de realiteit van de globalisering, en zich als een van de consequenties niet enkel verhoudt tot de witte cultuurminnende bovenlaag van een samenleving. Desondanks zijn de prominente figuren in Lam Gods (Adam en Eva, God, het Lam, de engelen, de mecenassen, …) wit en westers. De "uitsmijter", waarbij Andie Dushime en Nima Jebelli in epiloog de aanzet geven voor een alternatieve cultuurgeschiedenis – met een zwarte Eva en een Adam van kleur – is in dat opzicht een zwaktebod: too little, too late.

Lam Gods is naast een voorstelling ook een beleidsverklaring: Rau wil met deze productie tonen hoe een stadstheater de stad mee kan vormgeven. Dat moge dan niet gelukt zijn in de voorstelling, onder het topje ligt gelukkig nog de ijsberg. De weken voorafgaand aan de première slaagde de Zwitser er wél in om de kwestie van een nieuwe stadsrealiteit op de agenda te plaatsen. Daarvan getuigen de vele boze brieven van Gentse burgers, opgenomen in het programmaboek. Je zou die verkeerdelijk kunnen interpreteren als ijdelheid – zie eens hoe subversief ik ben – maar de reacties maken wezenlijk deel uit van het "werk" Lam Gods. Van wie is de stad? Wie mag op een podium staan? Wie mag spreken? Met het brandend maken van die kwestie heeft Rau als artistiek leider van het "stadstheater van de toekomst" wél belofte gehouden.

- Evelyne Coussens, De Morgen, 29/09/2018